
Peter
Paul Rubens (1577 – 1640)
Onlangs
was ik (met familie) een paar dagen in Antwerpen waar we onder anderen het
Rubenshuis bezochten. Dit woonhuis/ atelier, aan de Wapper - toenmalige
Vaartstraat -, heeft Rubens laten bouwen na zijn huwelijk met Isabella Brant.
Rubens had zelf de plannen voor zijn paleis gemaakt, geïnspireerd door de
Italiaanse renaissancepaleizen. Het werd een woning en atelier met een monumentaal portiek op de binnenplaats.
Ook de tuin achter het Rubenshuis werd Italiaanse renaissancestijl aangelegd,
architectonisch vormde hij een geheel met de gebouwen en met het tuinpaviljoen
in barokstijl. De kweek van bloemen, groenten en
fruit gebeurde in perken omgeven met een lage haag.
Naast het woonhuis richtte hij een groot atelier in, waar leerlingen grote
panelen en doeken beschilderden, een 25.000 tal in het totaal. Een echte
schilderijenfabriek dus. Maar de meester stond garant voor de kwaliteit. Hierbij
moet we bedenken dat in de barok niet de finale uitvoering van het kunstwerk het
belangrijkste is, maar wel het ontwerp. De praktische uitwerking ervan kon de
kunstenaar overlaten aan zijn atelier. In deze zin was Rubens een conceptuele
kunstenaar avant la lettre. Dit liet Rubens toe hoge prijzen te vragen aan de
vele buitenlandse vorsten die hij als klant had. We noemen daarbij vorsten van
o.a. Engeland, Frankrijk, Spanje en Beieren. In zijn privéatelier op de bovenverdieping maakte Rubens
zelf tekeningen, portretten en kleinere schilderijen, en voerde hij een
uitgebreide correspondentie naar binnen- en buitenland. Er zijn ongeveer 5000
brieven bewaard gebleven in zowel het Nederlands, het Frans, het Latijn als vooral,
het Italiaans.
Atelier, woonhuis en tuin zijn nu ingericht als museum.
Architectuur
als een statement
We stappen het Rubenshuis binnen zoals Rubens het zelf wilde: door de
hoofdpoort die uitzicht geeft op de elegante binnenplaats. Hier wordt we
getroffen door de weelderige vormentaal van de Italiaanse gevel en de
barokpoort. Dit staat in schril contrast met de traditionele bouwstijl van het
16e-eeuwse woonhuis. De open galerij en het schildersatelier met de grote
rondboogramen verbinden het woonhuis en de werkruimten. Het geheel maakt
duidelijk dat de buitengevel aan de Wapper voor Rubens niet erg interessant moet
zijn geweest.

Het Rubenshuis
Het Rubenshuis toont heel wat werk van de meester zelf, zoals:
Adam
en Eva
Dit is er zijn, een vroeg werk dat ontstond nog voor Rubens naar Italië
vertrok. Het paneel sluit aan bij de laatmaniëristische classiciserende
traditie in de Vlaamse schilderkunst, waarvan Otto van Veen, Rubens'
leermeester, een belangrijk vertegenwoordiger is. Tussen Adam en Eva opent zich
een prachtige doorkijk op een landschap dat geheel in de Vlaamse traditie
geschilderd is en aansluit bij het werk van Jan Brueghel de oude.
Annunciatie
Een ander groot werk
is zijn Annunciatie. Aan dit schilderij begint hij waarschijnlijk in 1610, maar
hij laat het jarenlang onafgewerkt staan om tenslotte de draad weer op te nemen
rond 1628. Mogelijk neemt hij het dat jaar mee naar het hof van Filips IV in
Madrid, in het kader van zijn diplomatieke missies.
De
slag bij Ivry
Rubens' Hendrik IV in
de slag bij Ivry is een onvoltooid werk, en precies hierom erg interessant. Een
aantal elementen wijst erop dat Rubens in dit stadium nog twijfelt aan de
houdingen die hij zijn krijgers wil laten aannemen. Een soldaat in het midden
bijvoorbeeld heeft drie armen. Rubens begon zijn onderschildering, de zogenaamde
'doodverf', pas nadat de Brusselse landschapschilder Pieter Snayers, befaamd om
zijn gevechtscènes, de achtergrondpartij voltooide.
Olieverfschets
met de triomf van de Heilige Clara
Deze schets of modello is bedoeld voor een van de
plafondstukken van de Antwerpse jezuïetenkerk. Het uiteindelijke schilderij,
uitgevoerd in samenwerking met Antoon Van Dyck, wordt vernield tijdens de brand
van de kerk in 1718.
Volgens de legende zou de Heilige Clara namelijk bij een belegering door de
Saracenen op een heuvel hebben plaatsgenomen en daar met beide handen de
monstrans met de Heilige Hostie bezwerend omhooggestoken hebben. Bij het zien
van het Heilig Sacrament zouden de Saraceense legers op de vlucht geslagen zijn.
Rubens'
zelfportret
Van
Rubens kent men slechts een viertal 'zelfstandige' zelfportretten. In dit werk
zien we de meester op ongeveer 50-jarige leeftijd: op het hoogtepunt van zijn
roem. Hij is een befaamd schilder en ontwikkelt zich tot een gerespecteerd
diplomaat. Dit portret is ongetwijfeld het gemoedlelijkste en meest intieme uit
de beperkte reeks. De schilder oogt rustig en vriendelijk. Het fel belichte
gelaat en de witte kraag tekenen zich duidelijk af tegenover de bruine
achtergrond en de donkere kleding. Een breed gerande hoed verbergt hij zijn
aankomende kaalhoofdigheid.
Rubens' kunstcollectie
Rubens bezat een kunstkamer die door tal van tijdgenoten werd bezocht en
geprezen. De Deense arts Otto Sperling en de humanisten Gaspar Gevartius en Jan
Woverius behoorden tot de gelukkigen die zijn kunstkamer bezochten. Uit de
nalatenschap van Rubens en zijn uitgebreide correspondentie blijkt met hoeveel
passie en gedrevenheid de schilder aan zijn kunstverzameling werkte. Ze ontstond
gestaag in de loop der jaren, maar soms maakte hij zijn collectie ook te gelde
en verkocht hij stukken. Een uitzonderlijke groep van antieke sculpturen vond zo
zijn weg naar de hertog van Buckingham. Toch lijkt het vanzelfsprekend dat de
schilderkunst een belangrijke, zo niet dé belangrijkste plaats in zijn
kunstcollectie innam. Daarnaast had hij ook aandacht voor tekeningen, grafiek,
naturalia, globes, kasten, sculpturen. Dat Rubens ook een aanzienlijke
bibliotheek bezat weten we uit de boekbestellingen die hij plaatste bij zijn
vriend Balthasar Moretus. Voor de Romeinse auteurs moet hij van jongstaf al een
zwak hebben gehad. Sperling verhaalt zelfs dat Rubens zich laat voorlezen uit
Tasso, terwijl hij aan het werk is.
Rubens
levensloop.
1577
In
1577, op 28 juni, de feestdag van de apostelen Sint-Petrus en Sint-Paulus, wordt
Rubens geboren in Siegen, Westfalen. Zijn ouders, de rechtsgeleerde en schepen
Jan Rubens en Maria Pypelincx waren afkomstig van Antwerpen. Over zijn
kinderjaren is weinig bekend.
|
|
![]() |
|
De grootouders van Peter Paul Ruberns. |
|
1578
In 1578 verhuist het
gezin Rubens naar Keulen. Jan Rubens sterft in 1587 en in 1589 keert Maria
Pypelincx met haar kinderen terug naar Antwerpen. Rubens volgt er de Latijnse
school bij meester Rumoldus Verdonck. Via de studie van het Latijn en het Grieks
komt hij er voor het eerst in aanraking met de Klassieke Oudheid en de
mythologie die een belangrijke component van zijn oeuvre zullen vormen. Op de
Latijnse school leert hij tevens Balthasar Moretus kennen.
1591
In
1591 gaat Rubens in de leer bij de laatmaniëristische landschapschilder Tobias
Verhaecht. Zijn tweede leermeester was Adam van Noort. In 1594 treedt Rubens in
de leer bij Otto van Veen, toen een van Antwerpens meest begaafde schilder.

Otto van Veen
1598
In 1598 wordt Rubens opgetekend als
meester-schilder in de 'liggeren' (ledenlijst) van het Sint-Lucasgilde in
Antwerpen. Hij start geen eigen atelier maar blijft nog een tijdlang werken bij
Otto van Veen. Van zijn vroegste werken is nagenoeg niets bewaard.
1600
Op 9 mei 1600 vertrekt Rubens naar Italië,
mogelijk in het gezelschap van Deodaat del Monte. Hij wordt er hofschilder van
Vincenzo Gonzaga, hertog van Mantua, en is in oktober aanwezig op het huwelijk
van Maria de' Medici en Hendrik IV, koning van Frankrijk. Rubens maakt in Rome
een groot aantal kopieën naar Italiaanse meesters, wordt er geboeid door de
Oudheid en schildert er altaarstukken. In april 1603 onderneemt Rubens op last
van Vincenzo Gonzaga een diplomatieke missie naar Spanje. In het najaar
schildert Rubens het imposante Ruiterportret van de hertog van Lerma, dat
beschouwd wordt als de trendsetter van het barokke ruiterportret. In 1604
ontvangt Rubens zijn eerste en overigens enige grote opdracht van de hertog van
Mantua, bestaande uit drie werken bestemd voor de jezuïetenkerk van Mantua.
1608
Op
19 oktober 1608 overlijdt Rubens' moeder te Antwerpen. Op 28 oktober heeft de
schilder het bericht ontvangen dat zijn moeder dodelijk ziek is en verlaat hij
ijlings Rome. Hij heeft het vaste voornemen naar Italië terug te keren. Zo
neemt hij niet eens afscheid van zijn broodheer, de hertog van Mantua. Rubens
wordt echter door een aantal praktische beslommeringen in Antwerpen weerhouden
en vestigt zich er in de Kloosterstraat.
|
|
![]() |
|
Albrecht en Isabella |
|
1609
Op 23 juli 1609 wordt
Rubens aangesteld als hofschilder van de aartshertog Albrecht en de infante
Isabella. Hij geniet het voorrecht om zich in Antwerpen te vestigen en voor
eigen rekening te werken. Op 3 oktober van dit jaar huwt de kunstenaar met
Isabella Brant, dochter van Jan Brant, de Antwerpse stadsgriffier.
1610
In
november 1610 koopt Rubens een huis met grond aan de Wapper, waar hij zich
enkele jaren later zal vestigen. Hier is vandaag het Museum Rubenshuis
gevestigd.
![]() |
![]() |
|
De Kruisafneming |
|
1611
Op 7 september 1611
bereikt Rubens met het kloveniersgilde een akkoord voor het schilderen van De
Kruisafneming, bestemd voor het gildenaltaar in de Antwerpse
Onze-Lieve-Vrouwekerk.
1614
Om te kunnen voldoen aan de steeds toenemende vraag naar werken van zijn
hand, breidt Rubens in 1614 zijn atelier uit en past hij zijn stijl aan. Hij
werkt geregeld samen met andere gevestigde meesters zoals Jan Brueghel de Oude,
Frans Snyders en Jan Wildens.

Van
Dyck
1617
In
1617 komt de jonge Antoon van Dyck werken in het atelier van Rubens. Een jaar
later verwerft Rubens een belangrijke verzameling antieke sculpturen van de
Engelse gezant in Den Haag, Sir Dudley Carleton.

De
hemelvaart van Maria
1619
Op 22 november 1619
bereikt Rubens een overeenkomst voor het schilderen van De Hemelvaart van
Maria, bestemd voor het hoogaltaar van de Onze-Lieve-Vrouwekerk.
1620
In 1620 sluit hij een
contract voor het schilderen van negenendertig plafondstukken in de Antwerpse
jezuïetenkerk en werkt hij intens samen met graveur Lucas Vorsterman die er als
geen ander in slaagt zijn werk in prent om te zetten.
1622
Begin 1622 verblijft
Rubens in Parijs waar hij met Maria de' Medici, de Franse koningin-moeder, een
contract sluit voor de Medici-reeks en de Hendrik IV-reeks, ter decoratie van
twee galerijen in het Palais du Luxembourg. Voor Lodewijk XIII ontwerpt Rubens
de twaalfdelige tapijtreeks De geschiedenis van Constantijn, die in
Parijs geweven wordt.
1624
Op 5 juni 1624 wordt Rubens in de adelstand verheven. Datzelfde jaar gaat de
kunstenaar intens samenwerken met de graveur Paulus Pontius. Op 10 juli 1624
vereert de infante Isabella Rubens met een bezoek aan zijn woonst en atelier.
Zij belast Rubens met het ontwerpen van een tapijtenreeks gewijd aan de Triomf
van de Eucharistie, bestemd voor het klooster van de Descalzas Reales in
Madrid.
1625
Op 11 mei 1625 woont hij te Parijs het huwelijk bij van de Engelse koning
Karel I met Henriette-Maria, de dochter van Maria de' Medici. Hij ontmoet er de
Duke of Buckingham die later dat jaar een bezoek brengt aan het Rubenshuis. Een
jaar later verkoopt Rubens zijn collectie antieke kunst aan de hertog.
1626
Op 20 juni 1626
overlijdt Isabella Brant, Rubens' echtgenote, aan de pest. In september wordt De
Hemelvaart van Maria voor het hoogaltaar van de kathedraal eindelijk
voltooid.
1627
Rubens koopt op 29 mei
1627 het Hof van Ursel in Ekeren en een paar maanden later koopt hij drie
huisjes aan de Wapper en drie aan het Hopland, grenzend aan het erf dat hij
reeds bezit aan de Wapper.
1628
Vanaf
1628 gaat Rubens zich meer en meer toeleggen op zijn diplomatieke activiteiten.
Vanaf eind 1628 tot begin 1630 houden die hem weg uit Antwerpen. De leiding over
het atelier vertrouwt hij toe aan zijn vroegere leerling Willem Panneels.
1629
In
1629
beslist de Spaanse koning Filips IV Rubens als gezant naar de Engelse koning
Karel I te sturen. De schilder-diplomaat wordt tevens benoemd tot secretaris van
de Geheime Raad te Brussel. Op 3 oktober 1629 promoveert Rubens tot 'magister in
artibus' aan de universiteit van Cambridge. Hij ontwerpt de plafondstukken voor
Whitehall te Londen en schildert voor Karel I het prachtige Landschap met de
Heilige Joris.
![]() |
![]() |
|
Helena Fourment |
|
1630
Op
3 maart 1630 wordt Rubens door koning Karel I tot ridder geslagen en ontvangt
hij bij die gelegenheid een degen, een diamantring en een ketting. Terug in
Antwerpen koopt hij nabij het Hof van Ursel nog enkele landerijen. De 53-jarige
Rubens treedt op 6 december
1631
Op
16 juli 1631 wordt Rubens door koning Filips IV van Spanje geridderd. In
september krijgt hij in het Rubenshuis bezoek van Maria de' Medici.
1632
In februari 1632
onderneemt Rubens enkele geheime diplomatieke reizen. Na een scherp incident met
de hertog van Aarschot besluit Rubens zich in januari 1633 voorgoed uit de
diplomatie terug te trekken. In mei aanvaardt hij het dekenschap van het
Sint-Lucasgilde. Zoals gebruikelijk was, liet hij ter gelegenheid van zijn
aanstelling een dekenstoel vervaardigen. Deze is te bewonderen in het Museum
Rubenshuis.
1635
Op 12 mei 1635
verwerft Rubens het landgoed Het Steen nabij Elewijt en de daarmee samenhangende
titel (Heer van Steen). Hiermee realiseert hij de maatschappelijke droom van het
Ancien Régime: geadeld worden en een landgoed met een heerlijkheid verwerven.
1636
Kardinaal-infant
Ferdinand benoemt op 15 april 1636 Rubens tot zijn hofschilder. Hiervoor
ontvangt de kunstenaar een jaargeld van 500 gulden. De twee daarop volgende
jaren brengt Ferdinand een bezoek aan het Rubenshuis. De grootste opdracht die
Rubens ooit ontvangt, bestaat uit 112 schilderijen voor de Torre de
1638
Op
1 mei 1638 komt de zending aan te Madrid. De Spaanse koning is bijzonder
tevreden en bestelt nog enkele bijkomende werken. Rubens heeft reeds
verscheidene jaren hevige jichtaanvallen. Op 11 december 1638 is Rubens zo ziek
dat hem de sacramenten der stervenden worden toegediend.
1640
Vanaf
het najaar van 1639 gaat Rubens' gezondheid erg achteruit. In februari 1640
wordt hij nog tot erelid van de Accademia di San Luca in Rome benoemd. Door
verlamming van zijn handen is de meester niet meer in staat om te werken. Op 27
mei 1640 maakt Rubens zijn testament op. De kunstenaar overlijdt op 30 mei in
zijn huis aan de Wapper in Antwerpen.
Het
humanisme in Vlaanderen.
Rubens was
bevriend met Balthazar Moretus. De grondlegger van de Antwerpse drukkerij
Plantin-Moretus.
In de late 16de en de vroege 17de eeuw vormde het Plantijnse huis één van de
belangrijkste humanistische centra van Antwerpen. Ook de Rubens kon in
humanistische kringen op veel respect rekenen.
In het huidige museum Plantin-Moretus hangt een kopie van het schilderij 'De
Vier Filosofen Het orgineel bevindt zich in het Palazzo Pitti in Florence. Dit
schilderij toont een bijeenkomst van humanistische intellectuelen geschaard rond
een tafel, we zien:
Justus Lipsius, de belangrijkste Zuid-Nederlandse vertegenwoordiger van het
neo-stoïcisme en humanisme en zijn leerlingen Johannes Woverius (rechts
afgebeeld in profiel) en Filips Rubens. Wat opzij, achter zijn broer Filips,
staat Rubens zelf. Rubens was een groot bewonderaar van Lipsius en deelde diens
wijsgerige opvattingen. Zijn broer Filips was een van Lipsius' meest
getalenteerde leerlingen. Wellicht werd het origineel portret vervaardigd kort
na Filips' overlijden, in 1611; het is zelfs niet uitgesloten dat dit overlijden
voor Rubens de aanleiding is geweest op het groepsportret te schilderen.
In een nis is een buste te zien van de Romeinse stoïcijnse filosoof Seneca, die
de geportretteerden als hun geestelijke vader beschouwden. De achtergrond met
Romeinse ruïnes roept de klassiek-humanistische sfeer op waarin het portret is
te situeren.

Seneca
In humanistische
kringen van de late 16de en vroege 17de eeuw leefde een grote interesse voor het
stoïcisme, waarvan de Romeinse filosoof Seneca als de belichaming werd
beschouwd. Het stoïcisme gaat terug tot de Griekse Stoa. Konden de helden van
Homerus (een voor filosofisch denker) zich nog voor hun daden excuseren door een
beroep te doen op de goden. De filosofen van de Stoa nemen hier geen genoegen
meer mee. Voor hen is de wereld begrijpelijk (passief) en grijpbaar (actief)
geworden. Zij verheffen zich boven de dagelijkse aandoeningen op basis van
morele kracht en inzicht in de natuur.
De Romeinse filosoof Seneca heeft deze idee verder ontwikkeld. Bij hem vormen
denken, doen en zijn een continuüm. Wat gebeuren kan, kan gedacht worden en wat
gedacht wordt, wordt gedragen door degene die het denkt.
“Van een ramp waarop we zijn voorbereid komt de
klap mindere hard aan …”
Het stoïcisme is een levensfilosofie met een langdurige invloed op het ethisch
denken. Naast Seneca, hebben Epictetus, een voormalige slaaf, en Marcus Aurelius
– keizer en filosoof - dit gedachten goed verder ontwikkeld. Op Rubens portret van Jan-Gaspar
Gevartius (1593 – 1666) staat op tafel dan ook pontificaal een buste van
Marcus Aurelius, over wie Gevartius een studie schreef.
In humanistische kringen trof men dan ook talrijke voorstellingen aan van deze grote Romeinse wijsgeer, of beter gezegd: afbeeldingen waarvan men toen dacht dat ze Seneca voorstelden.
Dit 'portret' van
Seneca vertoont gelijkenis met een beeld dat zich in Rubens' tijd in Rome in de
verzameling Borghese bevond en waarvan men dacht dat het de stervende Seneca
(staande in een bad) voorstelde; in werkelijkheid is het een Romeinse kopie naar
een Hellenistisch beeld van een visser. Rubens maakte studietekeningen naar dit
beeld en gebruikte het als model voor zijn 'De dood van Seneca' in de Alte
Pinakothek in München. In dit busteportret wordt als het ware het bovenlichaam
van Seneca uit het Münchense schilderij geïsoleerd. Er zijn vele versies van
dit type bewaard. Men weet dat een 'portret' van Seneca deel uitmaakte van de
eerste reeks portretten - twaalf in aantal - die Balthazar I Moretus bij Rubens
bestelde en die, volgens de rekeningen lopend van 1613 tot 1616, 12 gulden per
stuk werden betaald. Samen met een 'Plato' verliet dit echter het plantijnse
huis. De 'Seneca' die nu in het Museum aanwezig is werd uit de kunsthandel
verworven in 1923; door het bestaan van de vele versies is niet uit te maken of
dit het exemplaar is van Balthazar I Moretus.
05.11.08-07.03.09Chris
Tegelijkertijd
lees ik een artikel over de Franse filosoof Montaigne (1533 - 1592) deze
tijdgenoot van Rubens laat ons weer een heel andere kant van het verstand zien.
Deze filosoof is van mening dat de dieren hun zaakjes beter voor elkaar hebben.
De mens heeft namelijk verstand en daar heeft-ie last van. Hij heeft het
namelijk gekocht voor een veel te hoge prijs. Hij heeft het betaald met een
oneindig aantal hartstochten waaraan hij onophoudelijk ten prooi valt:
wankelmoedigheid, besluiteloosheid, zorg, leugen, laster, jaloezie noem maar op.
Je kunt beter een kip zijn.
Volgens Montaigne maken we wel veel ophef over dat verstand en beschouwen we ons
heer en meester over alle andere wezens. Maar eigenlijk is dat verstand een
kwelling. Waartoe dient inzcht in de dingen, als we daardoor de kalmte en
gemoedsrust verliezen, die we zonder dat inzicht wel zouden hebben.
Daarintegen
is de Engelse filosoof John Stuart Mill (1806 - 1873) veel liever een ontevreden
filosoof. De verstandige ellende van de mens staat volgens hem op een hoger plan
dan het onverstandige geluk van de dieren.
Mooie gedachten in een boekweek waarin het dierenrijk centraal staat.
07.03.09Chris
| home | tekenlog | schilderijen | ruimtelijk werk | grafiek | reprocitaat | kunst kolom | video/ audio | fotografie | tekeningen |
| contact |