Jan van Scorel (1495
– 1562)
“In feite heeft de
schilder al wat er bestaat in het heelal, in wezen,
in schijn, in de verbeelding, eerst in zijn geest en dan in zijn hand.”
Leonardo da Vinci
Honderd jaar eerder was het eveneens een Utrechtse kunstenaar die een
belangrijke rol speelde bij de verbreiding van de stijl van de Italiaanse
Hoog-Renaissance in Nederland, namelijk Jan van Scorel.
Terwijl
Nederland in een tussentijd verkeerde, maakten Leonardo, Rafaël en
Michaelangelo in het zuiden hun mooiste werk. Volgens Wieteke van Zeil
(Volkskrant 26 maart 2009) was Jan van Scorel bij uitstek een exponent van deze
tussentijd en maakte hij tussenkunst. Kunst op de rand van twee perioden in de
kunstgeschiedenis, kunst die betekenis heeft gekregen door wat eraan vooraf ging
en vooral door wat erna kwam.
Dat is precies wat de tentoonstelling “Scorels Roem” (Utrecht, Centraal
Museum 21 maart – 28 juni 2009) laat zien. Het werk van Van Scorel tussen
voorgangers, tijdgenoten/ leerlingen en (na) volgers.
In Italië waren beroemde schilders als Michaelangelo en Rafa
Daar leerde van Scorel een heel andere manier van schilderen.
Een aantal kenmerken van deze renaissance stijl zijn:
de natuur zelf werd bestudeerd om deze zo goed mogelijk te kunnen weergeven
een zo goed
mogelijke weergave van het perspectief, waardoor een schilderij diepte
krijgt,
het menselijk
lichaam werd zo ideaal mogelijk weergegeven, bijv. heel gespierd,
uitgebreid
aandacht werd besteed aan de weergave van emoties en gezichtsuitdrukkingen
van de figuren.
door
opnieuw studie te verrichten naar het menselijk lichaam verbeterd de kijk op
anatomie en verhoudingen en werden de figuren natuurlijker en realistischer
weergegeven.
Portretten
![]() |
![]() |
||
|
Humanist |
Meisjes portret |
Pelgrim |
Portret van een man (1520) |
|
![]() |
||
|
Portret van een man (1521) |
Portret van een man (1520) |
Portret van een man (1535) |
Joris van Egmond (1535) |
en bijbel- en historiestukken
![]() |
![]() |
|
|
De aanbidding der wijzen |
Badsheba |
De Zondvloed |
![]() |
|
|
|
Lucretia (1535) |
Salomo en de koningin van Sheba |
Ruth en Naomi |
Adrianus VI
Tijdens zijn verblijf in Rome in 1522 werd Jan van Scorel door de eveneens uit
Utrecht afkomstige paus Adrianus VI benoemd tot opzichter van de pauselijke
kunstcollecties, als opvolger van Rafaël. Hij woonde in de pauselijke appartementen en had volop de
gelegenheid de antieke beeldhouwwerken en de Italiaanse renaissancekunst van
Rafaël en
Michaelangelo grondig te besturen. Hij zag de zachtheid van Rafaëls
vrouwengezichten, de openheid van de voorstellingen en de beweging van
Michaelangelo. De Kleuren, de spieren, de plooien en alles wat deze kunstenaars
de wereld brachten waardoor kunstkijkers opeens echt in een verhaal werden
gezogen. De kunstenaars van de renaissance schilderden “net echt”.
De schilderijen van Van Scorel kregen ruimte, zwier en kleur. De emoties
zijn sterker en de echtheid is overtuigender. Hij schilderde in die tijd twee
portretten van de paus. Beide originelen zijn verloren gegaan. De compositie van
één hiervan kennen we door latere kopieën. Een streng en onbewogen portret van
een starre kerkvorst. Geen spoor van emotie, niet van vreugde, ook niet van
toorn, alleen een zuinig glimlachje. Een calvinist avant-la-lettre. Na de dood van Adrianus in 1523 keerde Jan
van Scorel weer naar Utrecht terug.
Paushuize in Utrecht.
In Utrecht herinnerd het Paushuize gelegen op de hoek Trans, Nieuwe Gracht en
Kromme Nieuwe Gracht nog aan onze paus. Het monumentale pand werd gebouwd in
1517. Nadat Adriaan Florisz Boeyens was benoemd tot kardinaal van Tortosa in
Spanje. Zijn plan was om op zijn oude dag terug te keren naar Utrecht. Het lot
besliste anders, in 1523 stierf hij zonder zijn prachtige huis (hoezo soberheid)
in Utrecht ooit bewoond of gezien te hebben.
Terug
in Nederland vond men zijn manier van schilderen geweldig en kreeg hij
belangrijke opdrachten. Daarnaast had Van Scorel veel leerlingen die dank zij
hem op een vernieuwende manier gingen schilderen. Hij zette als eerste een
schilderswerkplaats op naar Italiaans model, waarbij veel leerlingen ook een
grote productie mogelijk maken. Rubens
zou hem daarin navolgen. Omdat Van
Scorel zijn ontwerpen ook in serie produceerde, al dan niet met variaties loopt
het aantal schilderijen dat zijn werkplaats verliet in de honderden. Van zijn
eigen handige werken zijn er nog een zestigtal bewaard gebleven.
Hij veranderde de schilderkunst in Nederland voorgoed. Niet voor niets noemt
Karel van Mander hem in zijn Schilder-boeck uit 1604 “Lanteerndrager en
straetmaker onser consten” Waarmee
hij bedoelde dat Van Scorel de grondlegger is van de schilderkunst in de
Noordelijke Nederlanden. Hij speelde een hoofdrol in de verbreiding van de
Italiaanse renaissancekunst in de Noordelijke Nederlanden.
Wanneer
we het werk van Van Scorel vergelijken met dat van zijn (Italiaanse) tijdgenoten
zien we hoe dicht hij hen op de huid zat. Zie hier onder Cleopatra van Jan van
Scorel in vergelijking met Venus van Giorgione en Titiaan.
Volgens de overlevering benam koningin Cleopatra zich het leven door zich in
haar borst te laten bijten door een Aspis-adder (om haar pols) die echter in
Egypte niet voor komt.
|
Jan van Scorel "Cleopatra" |
|
![]() |
![]() |
|
Giorgione "Slapende Venus" |
Titiaan "Venus van Urbino" |
![]() |
![]() |
|
Titiaan "Venus van Urbino" details |
|
Mede
door het "Schilder-boeck" van Karel van Mander zijn we goed geïnformeerd over leven en werk
van Jan van Scorel. Zelfs naar hedendaagse maatstaven was Van Scorel een
reislustig type. In 1518 vertrekt hij voor een lange reis. Eerst naar Duitsland
waar hij Albrecht Dürer ontmoete. Vervolgens via Oostenrijk naar Venetië en
overzee naar het Heilige Land, waar hij Jeruzalem en Bethlehem aandeed. Terug in
Italië hield hij zich weer in Venetië op om vervolgens door te reizen naar
Rome.
Via de biografie van Karel van Mander weten we ook dat Jan van Scorel in de
hoogste kringen verkeerde, in Nederland, maar ook daar buiten.
“Schoorel was seer ghemeensaem en
aenghenaem bij alle groote heeren van Nederland.”
Voor zijn werk als kunstenaar betekende dit echter ook dat het vooral
“neutraal” was en noch politiek, noch maatschappelijk, noch religieus geëngageerd
was. Van Scorel stond niet wel willend tegen de maatschappelijke hervormingen
uit zijn tijd. Hij begreep maar al te goed dat de gevolgen voor hem materieel
gezien negatief zouden uitvallen. Uit andere documenten is bekend dat hij een
zeer hard onderhandelaar was over de prijs van zijn kunstwerken en opdrachten.
Daar tegenover stond dat hij ook een heus kunstbedrijf (een groot atelier met
vele leerlingen en gezellen) draaiende moest houden.
![]() |
![]() |
|
De Jeruzalem broederschap |
|
De
Jeruzalem broederschap ( ca 1525 – 1527)
Van wegen zijn
geloof ondernam Jan van Scorel een tocht naar Jeruzalem, de stad die Jezus
volgens de bijbel op palmzondag binnentrok. Deze bedevaartstocht werd door meer
Utrechters ondernomen. Wellicht vergelijkbaar met de hadji naar Mekka nu. Bij terugkeer vormden zij samen de Jeruzalemvaarders. De
Utrechtse Jeruzalem broederschap werd opgericht in 1394 op Palmzondag, door
Willem van Abcoude en Duurstede. Naar goed katholiek gebruik voor het lezen van
zielemissen en een jaarlijks feestmaal. In de onderschriften bij de portretten
staat in welk jaar de afgebeelde personen naar Jeruzalem reisden. De meester
pelgrims reisden in de jaren twintig en dertig van de 16de eeuw maar
sommigen ook al in de tweede helft van de 15de eeuw. Sommigen waren
dus al overleden toen Jan van Scorel hun portret schilderde. Van Scorel heeft
enkele leden van deze groep geschilderd op vier lange schilderijen.
De Jeruzalemvaarders vormen de eerste groepsportretten in de Nederlandse
schilderkunst. De onderlinge samenhang tussen de afgebeelde personen ontbreekt
nog. De hoofden zijn klein, naast groot en voor elkaar geplaatst. Ze staan
opgesteld alsof ze in een jaarlijkse processie meelopen. De van hun reis
meegenomen palmtak dragen ze in de hand en het Jeruzalemkruis, bewijs van hun
ridderschap ban het Heilige Graf, is duidelijk zichtbaar op de donkere kleding.

Lochorst-triptiek middenpaneel De intocht in Jeruzalem
Lochorst-triptiek
(1526/27)
Terug in Utrecht
kreeg hij tal van opdrachten. Ondermeer van Herman van Lochorst, deken van de
Domkerk, voor hem schilderde hij het Lochorst-triptiek (1526/27) dat zich thans
in het Centraal Museum in Utrecht bevindt.
Het middenpaneel stelt de intocht van Christus in Jeruzalem voor.
We zien een zeer bewegelijke en kleurige groep mensen (de apostelen) rond Jezus
(op de ezel) die de Olijfberg afdalen. De bewoners van Jeruzalem komen hen
tegemoet en leggen hun mantels op de weg. Schuin daarachter, over de
Cedron-vallei, het uitzicht op Jeruzalem (topografisch juist, maar Van Scorel
was daar dan ook zelf geweest) Vooraan zien we de oostelijke stadsmuur met de
Gouden poort; achter de muur het grote Tempelplein met het hogere plateau waarop
de rotstempel staat. Aan de noordzijde ligt de Grafkapel met twee koepels en een
vierkante klokkentoren. Achter de stad rijst de citadel op. Aan de zuidzijde is
de El Aksa moskee en links van de stad de berg Sion met kloostergebouwen
zichtbaar. We zien het Jeruzalem uit de 16de eeuw niet het Jeruzalem
van de intocht.
|
|
![]() |
|
Lochorst-triptiek open |
dicht |
Aanvankelijk valt het Van Scorel moeilijk zijn Italiaanse nieuwigheden in
Nederland te introduceren. Het is lastig een middenweg te vinden tussen wat hij
in Venetië en Rome heeft geleerd en de in Holland gevestigde opvattingen die
nog voor een deel in de Gotiek wortelen.
De intocht in Jeruzalem is het middenpaneel van het zogenaamde “Lokhorst
drieluik, genoemd naar de opdrachtgever Herman Lokhorst, deken van de Domkerk in
Utrecht. De opdracht voor het “Lokhorst drieluik”gaf van Scorel de
gelegenheid zijn verworven kennis in Nederland toe te passen. In het verleden is
dit triptiek in vijf losse stukken uit elkaar geraakt. In de jaren ’20 en
’30 van de vorige eeuw doken de vijf panelen op bij verschillende
kunstveilingen. Door de familie Fentener van Vlissingen zijn ze bij elkaar
gebracht en aan het Centraal Museum in Utrecht geschonken.
Het Lokhorstdrieluik is het eerste schilderij waaruit de invloed van de
klassieke oudheid en de Italiaanse renaissance op Scorels werk blijkt. De
compositie is ontleend aan de zondvloed van Michaelangelo in de Sixtijnse kapel.
De figuren zijn geënt op het werk van Rafaël.
De opdrachtgever zelf knielt vooraan op de buitenzijde van het rechterluik.
De intrede van Christus in Jeruzalem symboliseert de intrede van de ziel in het
hemelse Jeruzalem.
De vijf losse onderdelen werden in 1976 weer samengevoegd tot het
oorspronkelijke drieluik.
Op de zijvleugels aan de binnenzijde zijn heiligen weergegeven. Waarbij de
heilige Cornelius de gelaatstrekken van paus Adrianus VI heeft mee gekregen, de
andere heiligen zijn Agnes en Antonius. Aan de buitenzijde zien we de leden van
de familie van Lochorst, met hun beschermheiligen.
Agatha
van Schoonhoven (1528/9)
In 1528 wordt hij
benoemd tot kanunnik van de Mariakerk in Utrecht. Ondanks zijn geestelijke
functie leefde hij samen met Agatha (of Aecht Ysackscochter)van Schoonhoven, de
zuster van een mede kanunnik, het paar kreeg vier zonen en twee dochters. Zijn
portret van haar, zijn mooie meisje, hangt tegenwoordig in Rome. Op het portret
lacht ze als de Mona Lisa maar dan wel met een zweem van Noordelijke afstand. Zo
van onder haar hoofdkapje. Je hebt me niet zo maar. In kwaliteit kan het werk
zich meten met de lateren dames van Vermeer.
Madonna
met kind of Madonna met de Wilde Rozen (ca. 1529)
De Madonna is
driekwart voorgesteld met het kind staand op haar knie. In haar linker hand
houdt zij wilde rozen. Madonna en kind zitten voor een boom; op de achtergrond
een heuvelachtig landschap waar een man met ezel te zien is. Dit detail laat toe
te veronderstellen dat de voorstelling een Rust op de vlucht naar Egypte is.
Waarschijnlijk stond Van Scorels levensgezellin Agatha van Schoonhoven model
voor vrouwen op veel van zijn schilderijen. Voor Maria Magdalena(1530) en voor de Maria Magdalena in de Bewening
van Christus (1540) en mogelijk ook voor de Madonna schilderijen.
Van dit ontwerp zijn drie andere versies bekend waarop Maria telkens andere
bloemen in haar hand heeft.
Madonna
(ca. 1530 – 1540)
Jan van Scorel
had met zijn Madonna schilderijen blijkbaar veel succes. Vele replieken –
herhalingen door de kunstenaar zelf – zijn bekend, maar ook vele kopieën door
zijn tijdgenoten. Het is niet eenvoudig een onderscheid te maken tussen welke
Madonna’s door Jan van Scorel zelf geschilderd zijn, door helpers of
leerlingen in zijn atelier of door andere kunstenaars.
De
prediking van Johannes de Doper (Jan van Scorel of omgeving van ? ca 1530)
In een bergachtig landschap met een rivier staat Johannes op een heuveltje onder
een boom. Om Johannes heen staan figuren die zijn prediking beluisteren. Lange
tijd werd aangenomen dat dit schilderij een eigenhandig werk van Jan van Scorel
was en gedateerd uit zijn Haarlemse tijd, later beschouwd als het werk van een
leerling. Het werk is op stilistische gronden niet van Jan van Scorel, maar wel
onder zijn directe invloed ontstaan. De resten van een signatuur linksonder
kunnen niet precies ontcijferd worden.

De
Doop van Christus in de Jordaan
De
Doop van Christus in de Jordaan (1530)
Hier straalt het
(schilder)plezier van de voorstelling af.
Volgens Karel van Mander “een seer schoon stuck”
Rijke
heldere kleuren, het lijkt alsof de figuren zich losmaken van het paneel. Dat
komt door de lichtval, het warme licht van de zomerdag, wanneer de zon zo laag
staat dat de schaduwen zich gaan lengen. Maar nog mooier is het licht dat de
duif uitstraalt, het licht van de heilige geest.
De
figuren zijn tegelijkertijd bewegelijk door hun houding en rustig door de wijze
waarop ze ten opzichte van elkaar en in het landschap geplaatst zijn. De
menselijke figuren zijn gevormd volgens de verhoudingen die Vitruvius (Romeinse
architect met als belangrijkste stelling dat een gebouw de menselijke maat en
verhoudingen moet weerspiegelen) voorschreef.
De
houding van de figuren is geïnspireerd door het werk van Michaelangelo, Rafaël
en Mantegna.
|
|
|
|
Jan van Scorel |
Piero della Francesca |
Giovanni Bellini |
|
De doop van Christus in de Jordaan naast het zelfde onderwerp van de Italiaanse kunstenaar Piero della Francesca en Giovanni Bellini. |
||
Het is
een bijzonder schilderij, niet in de laatste plaats door het lage brede formaat,
het licht, de diepte werking, het perspectief het gebruik van kleur en de
compositie. Het landschap fungeert niet slechts als achtergrond, maar speelt een
rol in het geheel.
![]() |
![]() |
|
Maria Magdalena |
|
Maria
Magdalena (1530)
Volgens
het evangelie zalfde Maria Magdalena Christus’ voeten met olie. Haar vaste
attribuut is daarom een zalfpot. Zij was het voorbeeld van de boetevaardige
zondares. Mogelijk heeft Agatha van Schoonhoven model gestaan voor dit portret.
Het paneel had oorspronkelijk het van Van Scorel uit deze periode bekende
langwerpige formaat. Aan de bovenzijde is in de zestiende eeuw een plank van
twaalf centimeter hoogte toegevoegd.

Portret
van een jonge scholier
Portret
van een jonge scholier
(1531)
Dit is
een van de schilderijen die zowel aan Jan van Scorel als aan Maerten van
Heemskerck worden toegeschreven. Het is een aantrekkelijk portret van een
onbekende jongen die volgens het opschrift twaalf jaar oud is.
Het op schrift onder het portret is in 1514 geschreven door Erasmus:
“Wie is rijk? Hij die niets begeert.
Wie is arm? De graaiende vrek.”
Een
mooi citaat ten tijden van een financiële crisis die voor een belangrijk deel
door het grote graaien is veroorzaakt.
Portret
van Joris van Egmond
(1535)
De
afgebeelde man kan op grond van de inscriptie op de originele lijst worden geïdentificeerd
als Joris (Georg) van Egmond, die van 1534 tot 1559 bisschop van Utrecht was.
Het portret is waarschijnlijk kort na zijn benoeming geschilderd. In Scorels
meeste portretten maakt de afgebeelde persoon oogcontact met de toeschouwer,
Joris van Egmond doet dit niet. Hij is in zichzelf gekeerd en meditatief.
![]() |
![]() |
| Presentatie in de tempel of Opdracht in de tempel of Simeon en Jezus van Jan van Scorel ca 1530/ 35 | |
Presentatie
in de tempel (ca 1530/ 35)
Van Scorels verfijnde samensmelting van Italiaanse en noordelijke
elementen leverde hem de bijnaam "Noordelijke Rafaël" op. Het
schilderij laat zien hoe goed hij de kunst en de architectuur van Rome had
bestudeerd. De tempel is in de stijl van Bramante en de verhouding en gewaden
van de personages onthullen zijn bekendheid met de Italiaanse stijl. Toch is de
naturalistische samenhang tussen de figuren en de luchtige ruimte die ze
bevolken, evenals de nadruk op de architectuur zelf, meer noordelijk dan
Italiaans.
Portret
van paus Adrianus VI (17 de eeuwse kopie naar een origineel van Jan van Scorel)
Paus
Adriaan VI zit in een leunstoel, driekwart frontaal naar links gewend. Hij heft
zijn rechterhand zegenend op. Adriaan is gekleed in een wit superpellicum,
waarover een purperen fluwelen mozetta met wit bont afgezet, op het hoofd een
kapje, evens eens met bont rand.
Originele portretten van paus Adrianus VI door Jan van Scorel zijn niet bewaard
gebleven, wel een aantal kopieën uit later tijd, zoals dit Utrechtse exemplaar.
![]() |
![]() |
|
Portret van Jan Secundes |
Portret van Jan Secundes |
Portret
van Jan Secundes
(17de eeuwse kopie – origineel 1530 – 1536)
Jan van
Scorel heeft zeker twee portretten van Janus Secundus geschilderd het eerste
voor zijn vertrek uit Mechel naar Spanje, waar hij verbleef aan het hof van
Karel de V en het tweede postuum na zijn dood in 1536. Tussen Jan Secundus en
Jan van Scorel bestonden goede contacten. Secundus draagt gedichten op aan Jan
van Scorel die hij zelfs de vernieuwer van de goddelijke kunst noemt.

Drieluik de vinding van het
ware kruis
Drieluik de vinding van het ware
kruis (1540)
Graaf
Hendrik II van Nassau (1483 – 1538) Stadhouder van Holland en Zeeland, heer
van Breda en ridder van het Gulden Vlies, behoorde tot de allerhoogste adel.
Het drieluik met de vinding van het Ware Kruis (zoals beschreven in de
"Legenda Aurea) is waarschijnlijk in zijn
opdracht gemaakt.
De verering van het heilige kruis te Breda had te maken met de relieken die daar
in de Grote kerk werden bewaard. Drie altaren in die kerk waren gewijd aan het
heilige kruis. Voor het uitvoeren van de opdracht liet Van Scorel zich bijstaan
door helpers en leerlingen.
Het drieluik is zeer beschadigd geraakt. Op een foto uit 1888 is te zien dat de
helft van het verfoppervlak van het middenpaneel is verdwenen. De conditie van
de zijluiken is veel beter.
Op het drieluik is de legende afgebeeld van de vinding van het Ware Kruis, zoals beschreven in de “Legenda aurea”. Het middenpaneel toont hoe de Romeinse keizerin Helena, tevens eerste Christelijke Keizerin en later zelfs heilige. In het begin van de vierde eeuw ging zij naar Jeruzalem om daar het kruis te vinden waaraan Christus gekruisigd was. Na allerlei gedoe ontmoet Helena een jood met de naam Judas, die weet waar het kruis is verstopt. Volgens andere bronnen was het nog mooier en wijst een sterrenstraal haar de weg. Bij het opgraven wordt niet één maar drie kruizen gevonden. Jezus was immers tussen twee boeven gekruisigd. Welk kruis is nu zijn kruis, het "ware kruis"? In die tijd kende men oplossingen voor zo'n probleem die ons nu niet meer gegeven zijn. Er werd een pas gestorven man naar de plek van de kruizen gebracht - volgens sommigen zelf twee een gestorvenen en een stervende, je kan tenslotte niet zeker genoeg zijn van je zaak -. Boven het lijk werd het ene na het andere kruis gehouden. Bij het juiste kruis werd de pasgestorvene opgewekt uit de doden. Nu was het "ware kruis" gevonden. Dit moest het Ware Kruis zijn waaraan Christus was gestorven. Dit wonder zien we afgebeeld op het rechterluik.
Deze legende is ook mooi verbeeld door een tijdgenoot van Jan van Scorel, de Duitse schilder Jan Polack (1435/ 1450 - 1519) op zijn schilderij "De legende van de heiige Helena" (München 1486)
![]() |
![]() |
|
Jan Polack "De legende van de heilige Helena" |
Jan Polack "De legende van de heilige Helena" (detail) |
Het linker luik toont de slag op de Milvische brug over de Tiber. Constantijns
overwinning was hem voorspeld in een visioen van een lichtend kruis. Op de
buiten panelen zijn Hiëronymus
en Hubertus afgebeeld.
Hubertus
is de patroonheilige van de jagers. Tijdens een van zijn tochten kwam hij oog in
oog te staan met een wit hert dat tussen het gewei een crucifix droeg. Dit
visioen bewerkstelligde zijn bekering tot het Christendom.
Hiëronymus was natuurlijk Hiëronymus
van Stridon. Hij stamde uit een welgestelde familie en ontving zijn
eerste opleiding te Rome. De ouders van Hiëronymus waren al christenen en zij
stuurden hem naar Rome om er te studeren. Later bracht hij een grootdeel van
zijn leven door als kluizenaar in een woestijn in Palestina waar hij studeerde
en een klooster leidde.
De
bewening van Christus met leden van de familie Van Egmond. (Jan van Scorel en
Cornelis Buys I ? ca 1535 – 1540)
Aan de
boet van het kruis waaraan hij gestorven is ligt Christus. Bij zijn hoofd
knielen twee mannen, bij zijn voeteneind één. Ze zijn alle drie als
opdrachtgevers te beschouwen. Achter Christus knielen Maria, de moeder van
Christus, en Maria Magdalena. Daarachter staan nog twee vrouwen en een man –
vermoedelijk Jozef van Arimathea of Nicodemus.
De
brand van Troje (16de eeuwse kopie naar een origineel van Jan van
Scorel)
Het schilderij laat Aeneas zien met zijn vader Anchises op de schouders en zijn
zoontje Ascanius aan de hand. Hij vlucht uit de stadspoort van het brandende
Troje, gevolgd door een vrouw. Rechts van hen, bij de stadmuur, zijn twee mannen
te zien, één heeft zich net van de stadsmuren neergelaten, de ander probeert
een kindje te pakken dat hem door een jonge vrouw op de muur wordt aangereikt.
Deze voorstelling, zie zo beschreven wordt door de Latijnse dichter Vergilius,
gaat tot in detail terug op een onderdeel van de fresco’s die Rafael tussen
1514 en 1517 uitvoerde in het Vaticaan. Van Scorel heeft die fresco’s
tijdens zijn conservatorschap van de pauselijke verzameling goed kunnen
bestuderen. Het schilderij is niet van de hand van Jan van Scorel zelf, maar is
vermoedelijk werk van een leerling, dat terug gaat op een origineel van Van
Scorel.

De
bewening van Christus met leden van de familie Van Egmond
De
bewening van Christus (ca 1540)
Op de voorgrond rust het lichaam van Christus tegen de schoot van Maria. Zij
knielt met gevouwen handen bij hem neer en wordt door Johannes ondersteund.
Christus’ linkerarm ligt op de knie van Maria Magdalena (volgens sommigen
gemodelleerd naar Agatha van Schoonhoven). Achter deze groep staan de twee
andere Maria’s, Jozelf van Arimathea en Nicodemus, die een zalfbus vasthoudt.
Boven dit tafereel is Golgotha te zien met de drie kruisen, tegen een der
kruisen staat een ladder, en drie krijgknechten zijn bezig een van de
moordenaars neer te leggen. Links op de voorgrond zijn een fles, de doornenkroon
en de edikspons afgebeeld. Op het tweede plan zien we een hoog en rotsachtig
berglandschap met enige grote gebouwen, herinnerend aan het Vaticaan.
De opdrachtgever voor dit schilderij is onbekend. Het schilderij is
mogelijk afkomstig uit de Petrus- en Pauluskapel van de Sint-Janskathedraal te
’s-Hertogenbosch.
De
opwekking van Lazarus (Jan van Scorel of atelier van? Ca 1540)
Op de
voorgrond speelt zich bij een spelonk het wonder van Lazarus’ opwekking af. In
het midden staat Christus op de marmeren grafsteen met een pseudo-Hebreeuwse
opschrift, bij hem een van de discipelen. Hij wijst met uit gestoken hand op
Lazarus die aan de ingang van de spelonk zit. Achter Christus staat Martha, nog
een persoon en de overige discipelen, waarvan sommigen de hand voor de neus
houden.
Madonna
met kind en stichter (atelier van Jan van Scorel ca 1550 - 1560)
Het
middenpaneel van dit drieluik, stelt een Madonna voor met een Christuskind, dat
zijn linkerhand uitstrekt naar een knielende stichter. Op de zijvleugels knielen
respectievelijk links en rechts een mannelijke en vrouwelijke geestelijke, met
hun beschermheiligen. De tekst op de predella – het geschilderde bord onder
het middenpaneel – geeft een indicatie van de stichter: Jacob Visscher van der
Gheer, vicaris van St. Marie, het kapittel waaraan ook Jan van Scorel verbonden
was. Op de zijvleugels staan zijn broer en zuster afgebeeld met hun
beschermheiligen respectievelijk Sint Adriaan en Sint Barbara.

Het lam Gods detail met de Utrechtse Domtoren op de achtergrond
De
restauratie van het Lam Gods van de gebroeders van Eyck (1550)
In 1550
nam Jan van Scorel deel aan de restauratie van het veelluik met het Lam Gods van de
gebroeders van Eyck te Gent. Volgens sommigen heeft hij tijdens deze restauratie
werkzaamheden de Utrechtse dom toren aan dit schilderij toegevoegd.
![]() |
![]() |
|
|
Het Gentse altaarstuk gesloten |
Het Gentse altaarstuk open |
Het Lam Gods |
![]() |
![]() |
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
|
Het Lam Gods details |
||
|
Klik hier voor een uitgebreidere toelichting op het altaarstuk "De aanbidding van het Lam Gods" |
||
Centraal
Museum:
Portretten
van de twaalf leden van de Utrechtse Jeruzalem broederschap, eerste paneel
(1525)
Portretten
van de twaalf leden van de Utrechtse Jeruzalem broederschap, tweede paneel
(1525)
De
intocht van Christus in Jeruzalem (Lochorst-triptiek) (1526 – 1527)
Maria
met kind (1527)
Madonna
met de wilde rozen (1530)
Portretten
van negen leden van de Utrechtse Jeruzalem broederschap (1535)
De
bewening van Christus
De
opwekking van Lazarus (1540)
Portretten
van vijf leden van de Utrechtse Jeruzalem broederschap (1541)
Museum Catharijneconvent
De
kruisdraging en de opstanding, zijluiken van een drieluik (1528)
Drieluik met de kruisiging (1540)
Na zijn dood kreeg Van Scorel een praalgraf in de
Mariakerk in Utrecht. Voorzien van een geschilderd portret door zij leerling
Anthonie Mor. Zo’n monument was voor een kunstenaar hoogst ongebruikelijk en
getuigd van de waardering die de schilder al tijdens zijn leven genood.
Anthonie Mor schilderde dit portret van zijn leermeester
in 1559, drie jaar voor diens overlijden. Het praal graf bestond uit een tombe
en een epitaaf. ( een grafschrift in steen, zowel liggend en staand, in of
buiten de kerk) In de epitaal was in een tondo een portret van Van Scorel
geplaatst. Dominicus Lapsonius (1532 – 1599) Vlaams humanist en dichter – via
zijn werk kennen we veel grafici en drukkers uit zijn tijd) schreef een Latijns
vers bij een gravure van dit portret. Carel van Mander op zijn beurt maakte hier
van weer een Nederlandse vertaling:
Ich werdt altijt
gheroemt den eersten, die bewesen
Den Nederlanders heb, dat wie wil Schilder wesen,
Moet Room besoecken gaen, en hebben door ghebracht
Pinceelen duysent, oock veel verwe, boven dezen
In deze school gemaelt veel stucken weert ghepresen,
Aleer hy eerlijkck mach een Constnaer wezen ghácht.

Anthonie Mor: “Jan van Scorel”
Het antwoord daarop is niet eenvoudig.
Veel latere schilders die naar Rome gingen werkten sterk maniëristische*, de
fase na Van Scorels tijd. Een Hoog-Renaissance zat er in Nederland niet in, een
andere republiek, een andere economie en al heel snel ook een andere religie.
De bonte kleuren die de geportretteerden op Van Scorels werk nog dragen zijn
eind 16e eeuw vervangen door strenge zwarte mantels en
molensteenkragen.
Wat de Hollandse kunstenaars wel doen is het overnemen van deeltjes van de
Hoog-Renaissance. Bijvoorbeeld de spanning en bewegelijkheid tussen de figuren.
Het drama en uitdrukkingskracht, culminerend in het werk van Rembrandt
(via de Utrechtse
Caravaggisten?)
Van Scorel bleek inderdaad een “straetmaker”.
Tot slot, op de expositie “Scorels Roem” hangt ook een schilderij van
Mechtelt van Lichtenberg toe Boecop (1520 – 1598). Zij was de dochter van een
oud Utrechts adelgeslacht en volgde haar schildersopleiding mogelijk bij Jan van
Scorel. Terwijl collega schilderessen veelal kleine paneeltjes en miniaturen
maakten, schilderde Mechtelt op groot formaat. De Pieta is de kleinste van haar
hand en het enige dat uit haar Utrechtse periode van haar bekend is.

Mechtelt van Lichtenberg toe Boecop "Pieta"
Afgebeeld
is het moment na de kruis afname. Maria heeft het lichaam van haar zoon op
schoot genomen en treurt over zijn dood. Naast haar bevindt zich Maria
Magdalena, herkenbaar aan haar attribuut, de zalfpot. Zij is gekleed in een jurk
uit die tijd in kleuren die bij de heilige horen. Het rood staat voor haar
liefde voor Christus en het blauw verwijst naar haar boetedoening. Juist vanwege
haar zondige leven als prostituee konden vrouwen zich met Maria Magdalena
identificeren. Op dit schilderij is mogelijk Mechtelt zelf als de heilige
geportretteerd. Het schilderij leent zich zowel wat het onderwerp als wat het
formaat betreft, uitstekend voor privé devotie. Het Latijnse opschrift op de
originele lijst gaat over het medeleven met Christus en Maria dat van de
toeschouwer wordt verwacht.
“Aanschouw
o mens, met wangen nat van tranen, het eerbiedwaardige lichaam van Christus,
neergelegd in de schoot van zijn moeder. Uw zeker gestelde heil hangt immers af
van Christus, de koning, die voor u beschimping, geseling en de kruisdood
onderging.”
05.05.09Chris
Bronnen:
De
mooiste typering en tegelijkertijd ook relativering van de renaissance komt
misschien wel van Orson Welles:
“In Italië hadden ze onder de
Borgia’s dertig jaar lang oorlog, geweld, moord en bloedvergieten en ze
brachten Michaelangelo, Leonardo da Vinci en de Renaissance voort. In
Zwitserland hadden ze broederlijke liefde, vijfhonderd jaar democratie en vrede,
en wat produceerden ze? De Koekoeksklok.” Aldus Orson Welles als de
zwendelaar Harry Lime in de film “The Thirdman”.
Voorzover ik heb kunnen nagaan zijn er niet veel tekeningen van Jan van Scorel bekend. Hoewel hij toch veel getekend moet hebben een paar die ik heb kunnen vinden treft u hieronder aan.
![]() |
![]() |
|
Bethlehem |
Figuurstudie |
![]() |
![]() |
|
Kruisiging |
Landschap met herders |
| home | tekenlog | schilderijen | ruimtelijk werk | grafiek | reprocitaat | kunst kolom | video/ audio | fotografie | tekeningen |
| contact |