Egbert van der Poel "Gezicht op Delft na de explosie"(1654)

Pieter Wouweman "Gezicht op de Paardenmarkt te Delft"(1665)

Delftse donderslag

  De Delftse donderslag was een ramp die plaatsvond op 12 oktober 1654. Om kwart over tien in de ochtend ontplofte op die dag een in het noordoosten van de Delftse binnenstad gevestigde opslagplaats voor buskruit. Historici gaan ervan uit dat bij de ramp minstens honderd doden vielen en ook een dodental van 'enige honderden' wordt niet uitgesloten. Het precieze aantal mensen dat bij de ramp is omgekomen, is echter nooit vastgesteld. Nagenoeg elk gebouw in de binnenstad liep schade op en het gebied ten oosten van de Verwersdijk werd volledig met de grond gelijk gemaakt.

Het kruithuis waar de ramp ontstond, was sinds 1637 gevestigd op het terrein van het voormalige clarissenklooster aan het einde van de Geerweg. Onder de weinigen die van het bestaan van de, grotendeels ondergronds gelegen, opslag op de hoogte waren, stond deze bekend als het Secreet van Holland (oftewel: het Geheim van Holland). In de jaren sinds de vestiging van dit Secreet had de lakenindustrie in de omgeving van het terrein plaatsgemaakt voor woningbouw, voornamelijk opgetrokken rond de verlengde Doelenstraat. Onder de bewoners van deze straat vielen dan ook de meeste doden, onder wie de schilder Carel Fabritius, wiens atelier in de Doelenstraat gevestigd was.

Over de oorzaak van de ramp is officieel niet meer bekend dan dat Cornelis Soetens, de beheerder van het kruithuis, de opslagruimte was ingegaan om een monster buskruit te halen. Het verhaal gaat echter dat er enkele vonken van zijn brandende lantaarn zijn overgeslagen op het kruit. Korte tijd later vond een reeks zware ontploffingen plaats waarvan het geluid volgens de overlevering tot op Texel te horen was. In het kruithuis lag 90.000 pond buskruit opgeslagen

Bij de Delftse donderslag raakten minstens 500 huizen onherstelbaar beschadigd. De aan het kloosterterrein grenzende Schuttersdoelen - het oefenterrein voor de leden van de schutterij - werden volledig verwoest. Ook verderop gelegen gebouwen liepen zware schade op; alle glas-in-loodramen van zowel de Oude als de Nieuwe Kerk - die bij de Beeldenstorm nog gespaard waren gebleven - gingen verloren.

Mede dankzij een collecte die in de steden van Holland voor de getroffen Delftse bevolking werd gehouden, kon snel met de wederopbouw van het terrein worden begonnen. Het totale project nam enige jaren in beslag. Op het grootste deel van het gebied werden woningen gebouwd. De plaats waar de Schuttersdoelen hadden gestaan werd vrijgehouden en heet tot op de dag van vandaag Paardenmarkt. De nieuwe Doelen werden gevestigd op de plek die tegenwoordig Doelenplein heet en op de plaats van het klooster verrees een Artillerie-magazijn. Het nieuwe kruithuis werd ver buiten de Delftse stadsmuren gevestigd.

De Delftse donderslag heeft in de loop der eeuwen vele kunstenaars geïnspireerd. Zo is de ramp door veel schilders tot onderwerp van een schilderij gekozen, en Vondel maakte een speciale klaagzang rond dit thema onder de titel "Op het Onweder van 's Lants Bussekruit te Delft".

  Op het Onweder van 's Lants Bussekruit te Delft.

PLURIMA MORTIS IMAGO.*)

  Aen den Heer Joan van Maerseveen, Ridder van St. Michiel.
Het was, geleerde MAERSEVEEN,
Geensins Salmoneus, die voorheen
Zoo stout, op 't spoor van d'Allergrootste,
In Elis met zyn torts nabootste

Den donderkloot en blixemstrael,
En langs de brugh, uit klaer metael,
Van hoovaerdye om 't hooft gezwollen,
Met kopre raden af quam rollen,
Als een verbolgen Godt, en kracht,
Die hemel, aerde, en Plutoos nacht

Alleen braveeren durf, en plaegen,
Op zynen donderenden wagen;
Noit had Salmoneus zoo veel harts:
Maer 't was de Deenemercker, Zwarts,
Die, zwart van roock en smoock en koolen,

Natuur doorgronde, en alle holen
Van haeren boezem openbrack,
En polste wat in 't harte stack.
Hy mengt salpeter, kool, en zwavel,
Dat scheurt den afgront tot den navel

Van boven open, buldert, brant,
En slingert aerde, en ingewant,
Kasteelen, sloten, steên te mortel.
Dat ruckt den aerdtboôm van zyn' wortel,
Vermengelt levenden en doôn,

En schynt den hemel naer zyn kroon
Te steecken, door gewelt te baeren,
Dat al de helsche slangehairen,
Uit schrick voor 't oorloghs-element,
Te berge staen, en overendt.

Uw jeught, in 't opgaen van haer starre,
O braeve Ridder, ging zoo verre
Bespieglen, op Kampanjes kust,
Den zwavelbergh, die, noit geblust,
Maer eeuwigh vlammen braeckt en voncken,

En Plinius gebeent noch schoncken
Ons gunde, noch het minste merck,
Om zyne dootbus met een' zerck
Te decken, voor den trouwen yver
En faem van dien Natuurbeschryver:

Nu zaeghtghe, hier op Hollants gront,
Vesuvius in zynen mont,
Te Delf, daer, tegens styl en orden,
Ons kruit, 's lants vyandin geworden,
Stadthuis ontziet, noch kerckgewelf,

En delft een burgergraf voor Delf,
In puin, en menschevleesch, en golven
Van gloejende assche en glas gedolven.
Wie wort van bitter schreien moe?
De woeste hooftstadt huilt u toe,

En gaept en stinckt, in zoo veel wycken,
Gelyck een kerckhof, zadt van lycken,
Geplet, geknot, gescheurt, gezengt
Een Chaos, onder een gemengt.
Een jongste dagh, vol dootsche schricken,

En d'oogenblick der oogenblicken.
Verbouw een eeuw, en Krezus schat:
Een vonck, een blick verwoest een stadt.

J.v. VONDEL.

t'Amsterdam, Voor de Weduwe van Abraham de Wees, Boeckverkoopster op den Middeldam, in 't jaer 1654.

*) Het motto, ontleend aan Aeneïs II, 368, betekent: de dood in velerlei gedaante.

Egbert van der Poel "Gezicht op Delft na de explosie"(1654)

Pieter Wouweman "Gezicht op de Paardenmarkt te Delft"(1665)

zie KunstKolom over Johannes Vermeer 

Chris29.08.10

home tekenlog schilderijen ruimtelijk werk grafiek reprocitaat kunst kolom video/ audio fotografie tekeningen
contact