![]() |
![]() |
|
Egbert van der Poel "Gezicht op Delft na de explosie"(1654) |
Pieter Wouweman "Gezicht op de Paardenmarkt te Delft"(1665) |
Delftse
donderslag
Het
kruithuis waar de ramp ontstond, was sinds 1637 gevestigd op het terrein van het
voormalige clarissenklooster aan het einde van de Geerweg. Onder de weinigen die
van het bestaan van de, grotendeels ondergronds gelegen, opslag op de hoogte
waren, stond deze bekend als het Secreet van Holland (oftewel: het Geheim van
Holland). In de jaren sinds de vestiging van dit Secreet had de lakenindustrie
in de omgeving van het terrein plaatsgemaakt voor woningbouw, voornamelijk
opgetrokken rond de verlengde Doelenstraat. Onder de bewoners van deze straat
vielen dan ook de meeste doden, onder wie de schilder Carel Fabritius, wiens
atelier in de Doelenstraat gevestigd was.
Over
de oorzaak van de ramp is officieel niet meer bekend dan dat Cornelis Soetens,
de beheerder van het kruithuis, de opslagruimte was ingegaan om een monster
buskruit te halen. Het verhaal gaat echter dat er enkele vonken van zijn
brandende lantaarn zijn overgeslagen op het kruit. Korte tijd later vond een
reeks zware ontploffingen plaats waarvan het geluid volgens de overlevering tot
op Texel te horen was. In het kruithuis lag
Bij de
Delftse donderslag raakten minstens 500 huizen onherstelbaar beschadigd. De aan
het kloosterterrein grenzende Schuttersdoelen - het oefenterrein voor de leden
van de schutterij - werden volledig verwoest. Ook verderop gelegen gebouwen
liepen zware schade op; alle glas-in-loodramen van zowel de Oude als de Nieuwe
Kerk - die bij de Beeldenstorm nog gespaard waren gebleven - gingen verloren.
Mede
dankzij een collecte die in de steden van Holland voor de getroffen Delftse
bevolking werd gehouden, kon snel met de wederopbouw van het terrein worden
begonnen. Het totale project nam enige jaren in beslag. Op het grootste deel van
het gebied werden woningen gebouwd. De plaats waar de Schuttersdoelen hadden
gestaan werd vrijgehouden en heet tot op de dag van vandaag Paardenmarkt. De
nieuwe Doelen werden gevestigd op de plek die tegenwoordig Doelenplein heet en
op de plaats van het klooster verrees een Artillerie-magazijn.
De
Delftse donderslag heeft in de loop der eeuwen vele kunstenaars geïnspireerd.
Zo is de ramp door veel schilders tot onderwerp van een schilderij gekozen, en
Vondel maakte een speciale klaagzang rond dit thema onder de titel "Op het
Onweder van 's Lants Bussekruit te Delft".
Het was, geleerde MAERSEVEEN,
Geensins Salmoneus, die voorheen
Zoo stout, op 't spoor van d'Allergrootste,
In Elis met zyn torts nabootste
En langs de brugh, uit klaer metael,
Van hoovaerdye om 't hooft gezwollen,
Met kopre raden af quam rollen,
Als een verbolgen Godt, en kracht,
Die hemel, aerde, en Plutoos nacht
Alleen
braveeren durf, en plaegen,
Op zynen donderenden wagen;
Noit had Salmoneus zoo veel harts:
Maer 't was de Deenemercker, Zwarts,
Die, zwart van roock en smoock en koolen,
Van haeren boezem openbrack,
En polste wat in 't harte stack.
Hy mengt salpeter, kool, en zwavel,
Dat scheurt den afgront tot den navel
En slingert aerde, en ingewant,
Kasteelen, sloten, steên te mortel.
Dat ruckt den aerdtboôm van zyn' wortel,
Vermengelt levenden en doôn,
Te steecken, door gewelt te baeren,
Dat al de helsche slangehairen,
Uit schrick voor 't oorloghs-element,
Te berge staen, en overendt.
O braeve Ridder, ging zoo verre
Bespieglen, op Kampanjes kust,
Den zwavelbergh, die, noit geblust,
Maer eeuwigh vlammen braeckt en voncken,
Ons gunde, noch het minste merck,
Om zyne dootbus met een' zerck
Te decken, voor den trouwen yver
En faem van dien Natuurbeschryver:
Vesuvius in zynen mont,
Te Delf, daer, tegens styl en orden,
Ons kruit, 's lants vyandin geworden,
Stadthuis ontziet, noch kerckgewelf,
En delft een burgergraf voor Delf,
In puin, en menschevleesch, en golven
Van gloejende assche en glas gedolven.
Wie wort van bitter schreien moe?
De woeste
hooftstadt huilt u toe,
En gaept en stinckt, in zoo veel wycken,
Gelyck een kerckhof, zadt van lycken,
Geplet, geknot, gescheurt, gezengt
Een Chaos, onder een gemengt.
Een jongste dagh, vol dootsche schricken,
Verbouw een eeuw, en Krezus schat:
Een vonck, een blick verwoest een stadt.
J.v.
VONDEL.
t'Amsterdam,
Voor de Weduwe van Abraham de Wees, Boeckverkoopster op den Middeldam, in 't
jaer 1654.
*)
Het motto, ontleend aan Aeneïs II, 368, betekent: de dood in velerlei gedaante.
![]() |
![]() |
|
Egbert van der Poel "Gezicht op Delft na de explosie"(1654) |
Pieter Wouweman "Gezicht op de Paardenmarkt te Delft"(1665) |
zie KunstKolom over Johannes Vermeer
Chris29.08.10
| home | tekenlog | schilderijen | ruimtelijk werk | grafiek | reprocitaat | kunst kolom | video/ audio | fotografie | tekeningen |
| contact |