
Rosy fingered dawn at Louse Point
Willem de Kooning (1904 - 1997)
"Verschrompelende hersenen maar wel enorm
creatief" kopt de Volkskrant bij de bespreking van een recent nummer van de
Scientific American Mind (2005/1). Dat maakt nieuwsgierig. Aan de hand van een
aantal voorbeelden van patiënten die lijden aan een bepaalde vorm van dementie
hebben wetenschappers getracht uit te zoeken hoe de creatieve vonk in ons brein
ontstaat.
Lijkt me interessant, voor mezelf en om mee te geven aan cursisten in lessen die
ik af en toe geef.
Eerst zal ik een beknopte en sterk vereenvoudigde weergave van het artikel uit de Scientific American geven. Bij dit artikel worden een aantal voorbeelden gegeven van kunstenaars die de theorie uit het artikel moeten ondersteunen onder anderen van Vincent van Gogh. Daarna wil ik de theorie uit het artikel koppelen aan het werk van de schilder Willem de Kooning, die de laatste 20 jaar van zijn leven aan dementie leed.
Verschrompelende hersenen.
Bij sommige patiënten die lijden aan een bepaalde vorm van dementie, wordt
een toename van hun creativiteit zichtbaar. Als verklaring hiervoor wordt
gegeven dat met het verschrompelen van de hersencellen ook de rem op de vrije
associatieve vermogens wegvalt.
Op de voorbeelden en medische casussen is naar mijn idee veel af te dingen. Bij
de bespreking van het werk van Willem de Kooning zal ik hier op terug komen.
Wat wel interessant is, zijn de conclusies over de werking van het creatieve
vermogen van mensen die hieraan verbonden wordt. (Maar daar naar mijn idee niet uitvoortvloeit)
Creativiteit laat zich slecht dwingen. Maar zeker uitnodigen, wanneer de juiste
omstandigheden en instelling gecreëerd worden.
- Een onderzoekende geest en een "kinderlijke" nieuwsgierigheid helpen
mee.
- De bereidheid om algemeen aanvaarde waarheden in twijfel te trekken is van
belang.
- Zodra er een vonk van interesse overspringt, moeten we die zeker volgen.
- En, misschien wel de belangrijkste, neem regelmatig de tijd voor ontspanning
en dagdromen.
Tijdens deze momenten van ontspanning kan ons brein een probleem namelijk laten
rondzingen, buiten het bewustzijn, in de vrije associatieve hersencircuits.
Waarmee kinderen en mensen die dromen soms verrassende oplossingen vinden.
Overigens voordat we nu denken dat er simpele 1,2,3 oplossingen bestaan voor het
bereiken van creativiteit. In de voorbeelden die gegeven worden, van Archimedes,
via Van Gogh tot Einstein, betreft het mensen die decennia lang en intens bezig
zijn geweest met de vragen waar ze voor stonden. En, okee, misschien bereikten
ze hun eureka moment in de vrije associatieve ruimte op het moment dat ze in bad
stapten.
Een stukje Amerikaanse droom.
Willem de Kooning wordt in 1904 in Rotterdam geboren. Na de lagere school
gaat hij op 12 jarige leeftijd werken als reclame schilder. In de avonduren
volgt hij lessen aan de academie voor beeldende kunsten in Rotterdam. In 1926
vertrekt hij als verstekeling (kan het romantischer) aan boord van een Brits
schip (de SS Shelly - ja, blijkbaar kon het nog romantischer -) naar Amerika, om
daar als kunst en huisschilder te gaan werken. Tot ver in de jaren veertig is De
Kooning reclamewerk blijven maken. Hij zou nooit zijn respect voor de
ambachtelijkheid van dergelijkwerk verliezen. Hij hield achting voor kunstenaars
die door anderen werden afgedaan als 'illustrators' zoals Norman Rockwell.
Via vriendschappen met John Graham (kunsthistoricus), Sidney Janis
(galeriehouder) en Arhile Gorky (kunstenaar) krijgt hij geleidelijk aan vaste
grond onder de voeten.
Gorky (1904 - 1948) maakt hem vertrouwd met het werk van Cezanne (1839 - 1906)
die de natuur vereenvoudigde tot simpele geometrische vormen. Dit los laten van
het correcte perspectief bood De Kooning mogelijkheden om zijn realistische
schilder en tekentechniek - waarvoor hij aan de Rotterdamse avondschool
medailles had gekregen - geleidelijk aan los te laten. In dit proces is ook de
invloed van het werk van Miro zichtbaar.
Overigens onderhield De Kooning tijdens het beoefenen van zijn schilderkunst een
voortdurende dialoog met zijn voorgangers. "Het idee dat kunst uit het
niets komt, is typisch Amerikaans." Voor hem was het dan ook de gewoonste
zaak van de wereld dat hij direct na zijn abstracte meesterwerk "Excavation"
(1950) de figuratie weer opnam met zijn befaamde vroege (1949 - 1954) en late
(1966 - 1977) Woman schilderijen. De Amerikaanse
schilderkunst had met Pollock, Newman en Rothko de weergave van de menselijke
figuur juist achter zich gelaten. De Kooning trok zich niets aan van de kritiek
dat hij een Europese conservatief was. "Ik begon met de vrouwen omdat dit
een traditie is als de Venus en Manets Olympia. In de schilderkunst bestaat geen
tijd voor mij." Zijn levenlang zou De Kooning blijven fluctueren tussen een
meer figuratieve- en een abstracte stijl. De figuratieve stijl zou hij nooit
helemaal loslaten. Vam Picasso leerde De Kooning nog iets heel andrs dan
schilderkunstige oplossingen voor zijn problemen. Namelijk een soort
metafysische houding die weerbaar maakt, een kunstenaars ego ontwikkelen dat
sterk genoeg is om de paradox in zijn werk te dragen.
Tussen de twee series vrouwen figuren werkte De Kooning aan zijn pastorale landschappen.
Eerst in Broadway en later op Long Island, vlak bij de zee, die hem deed denken
aan de Hollandse kust lijn. Daar bouwde hij een atelier dat veel weg had van een
schip en wanneer hij zich goed voelde fietst hij over de zandvlakte naar zee.
Hij hield ervan om naar het water te staren. "Het weerspiegelt", zei
hij, "terwijl jezelf beschiegelt". Soms vroeg de ouder wordende
schilder aan zijn dochter Lisa "zie je dat dar?" wijzend op de
magische, alsmaar wisselende licht- en kleureffecten.
De hoekige stijl van zijn vrouwenportretten
veranderde in meer smeuïge verfslierten met brede armgebaren op het doek
aangebracht. In kleuren waarmee hij het Noord Atlantische licht probeerde te
verbeelden.
Rosy fingered dawn at Louse Point, luid de titel van een van de abstracte
landschapschilderijen. (zie ook Rosy
fingerd dawn at Hoedekenskerke, eerste poging. in Reprocitaat plus
toelichting op dit werk) Louse Point is een landtong bij Spring/ Long Island
waar water en land samenvloeien en zich met elkaar lijken te vermengen. De
Kooing hield hier vooral van omdat het zo plat, waterig en Hollands was, met een
steeds wisselende sfeer. Een van de dingen die De Kooning later vanuit zijn
atelier in Springs/ Long Island het liefst deed was een fietstocht maken naar
Louse Point.
De Homerische beeldspraak "rozenrood vingerige dageraad" herinnerd ook
aan de zwerftochten van een dwalende kunstenaar die zich tussen land en water
beweegt. De penseelstreken vormen geen lijnen, maar lossen op in lichte en
watrige reflecties. Zijn werk wordt lyrisch, vrouwelijk. Rosy fingered dawn at
Louse Point is geschilderd in zijn atelier op Broadway maar in veel opzichten
had hij bij het schilderen ervan de stad al verlaten. Zijn penseel beweegd zich
al in een aander licht. Daarna zou hij ook daadwerkelijk verhuizen naar Long
Island.
Het grote drama van zijn leven speelde zich af na zijn tweede serie vrouwen en
daarmee wil ik ook graag terugkeren naar het artikel over de verschrompelde
hersenen.
Vanaf 1977 gaan de geestelijke vermogens van De Kooning langzaam maar zeker
achteruit. Eerst het korte termijn geheugen, daarna het lange. Vervolgens zijn
artistieke schildersdrift en tenslotte zijn kleurgebruik. Uiteindelijk sterft De
Kooning in 1997, nadat hij acht jaar zijn slaapkamer niet meer is uitgeweest.
In de tussen liggende twintig jaar hebben zijn vrouw en assistenten getracht te
redden wat er te redden viel. Om de productie opgang te houden knepen ze zijn
tubes uit, waarmee ze verantwoordelijk werden voor het kleurgebruik. Als De
Kooning zelf niet meer kan schilderen helpen ze hem met het inkleuren van zijn
houtskool tekeningen. Zijn laatste fletse schilderijen
heeft hij mogelijker wijs alleen vanuit zijn schommelstoel bekeken.
Meesterwerk?
Dat verschrompelende hersenen tot grote (of kleine) kunst leiden lijkt me,
mede aan de hand van het werk van De Kooning, onwaarschijnlijk. Zijn grote werk,
vrouwen en pasorale landschappen zijn ontstaan in de jaren '50 en '60. In ieder
geval lang voordat zijn geestelijke aftakeling inzette.
Blijft over een aantal conclusies en tips die aangeven dat creativiteit wel
degelijk te sturen is. Een belangrijke, lijkt mij, is om via ontspanning zoveel
mogelijk gebruik te maken van de vrije associatieve ruimte. (Moet er natuurlijk
wel eerst voldoende input zijn om mee te associëren)
Een andere belangrijke voorwaarde is intellectuele of artistieke moed om
een andere positie in te nemen dan de gangbare.
Iets wat De Kooning ten tijden van zijn beste werk een aantal keren doet.
Bijvoorbeeld wanneer hij tijdens de hoogtij dagen van het abstract
expressionisme weer terug grijpt naar de figuratie.
In die zin is hij de verstekeling die in 1926 scheep ging aanboord van de SS
Shelly gebleven. Af en toe vaart hij een stukje meer, maar bovenal koerst hij op
eigen kompas.
![]() |
![]() |
|
![]() |
![]() |
Creativiteit is blijkbaar een hot item sinds het
artikel in de Scientific American van begin dit jaar ben ik meerdere tijdschrift
artikelen over dit onderwerp tegen gekomen. Het laatste artikel dat ik tegen
kwam was in Psychologie Magazine van november 2005. Op de achtergronden van
creativiteit wordt maar zeer zijdelings ingegaan. Veel verder dan dat
creatievelingen de wereld anders waarnemen en vaak dingen "zien" waar
anderen overheen kijken komen we niet. O ja, ook humor blijk een faciliterende
factor voor creativiteit. Een paar leuke opgaven om uw creativiteit te trainen
wil ik u echter niet onthouden.
Klik hier voor de opgaven
Klik hier voor de oplossingen.
Onlangs las ik het boek van Barbara Hess over Willem de
Kooing (Taschen 2004) zij onderscheid in het late werk van De Kooning nog twee
fasen.
Eind jaren '70 dreigt de artistieke productie van De Kooning, onder invloed van
zijn alcoholisme, geheel tot stilstand te komen. Op dat moment neemt zijn vrouw
Elaine weer contact met hem op. - Het paar leefde sinds de tweede helft van de
jaren '50 gescheiden - Dankzij haar energieke bemoeienis stemde Willem de
Kooning ermee in een ontwenningskuur te volgen. "Ik moet veranderen om
mezelf te blijven."
Zijn productie is daarna, begin jaren '80 hoger dan enige periode daarvoor. Het
werk uit die periode kan gezien worden als een laatste reflectie op zijn eigen
oeuvre. Hij moet het einde voorvoeld hebben. "Whose name was writ in
water" is de titel die hij meegaf aan een van de werken uit deze periode.
De titel verwijst naar het grafschrift van de engelse
dichter John Keats die in 1821 op 25 jarige leeftijd overleed: "Hier
ligt degene wiens naam in water geschreven werd"
Toen de dichter Gregory Corso eind jaren vijftig De Kooning rondleide door
Rome nam hij hem mee naar het huis waar John Keats tegen het einde van zijn
leven had gewoond. De Kooning vergat nooit het grafschrift dat Keats voor
zichzelf schreef, het verwoorde perfect zijn eigen ideeën over de tijdelijkheid
en het eeuwige veranderen van de wereld. Toen hij "Whose name was writ in
water" schilderde was De Kooning eenenzeventig. Hij was een man die de dood
zag naderen en gelukzalig verliefd was op een jonge vrouw. De tuin van verlangen
was een vluchtig beeld, geschilderd in een woelige plas van weerspiegelingen.
Het schilderij is een meesterwerk van Lyrische vreugde. Verlangen lijkt niet
langer erotisch te zijn, het tracht niet te bezitten. Verlangen wordt iets
groters, meer omvattend - een vervulling in het hart van het bestaan. De zoeker
die vindt. Of beter nog de werkende kunstenaar die vindt, want kunstenaar vinden
soms iets zonder te zoeken, weten ook helemaal niet wat ze zoeken.
Het werk uit die periode kan ook gezien worden als reflecties op het
wateroppervlak. De figuratie is afwezig en tijdens het ontstaansproces keert hij
de doeken meerdere malen om.
Na 1985 begint De Kooning aan een nieuwe reeks schilderijen, waarbij hij
tekeningen op een leeg doek projecteert. In dit werk schijnt het aandeel van
zijn assistenten groot te zijn. Tot nu toe is, als dat al mogelijk is, nooit
uitgezocht, welke schilderijen nog aan De Kooning zelf toegeschreven kunnen
worden.
In 1950 zegt De Kooning in een vraaggesprek met collega Robert Motherwell het
volgende: "Ik schilder mezelf het schilderij uit. (...) Ik ben altijd
nog ergens in het schilderij. (...) ik lijk erin rond te lopen en er lijkt een
moment te zijn waarop ik uit het oogverlies wat ik van plan was te doen, en dan
ben ik eruit."
Duidelijk is in ieder geval dat De Kooning zichzelf vanaf de jaren '80
steeds sneller uit zijn schilderijen werkt en er vanaf 1985 wellicht nooit meer
in aanwezig is geweest.
In 1953 maakt Robert Rauschenberg zijn "Erased De Kooning Drawing",
waarbij hij een tekening, in inkt en potlood, van De Kooning uitgumde.

Dat schijnt nog een maand lang hard werken geweest te zijn. Halverwege de jaren tachtig gumde de Alzheimer De Kooning zelf uit. En assistenten of niet, net als in zijn hoofd, werd het op de doeken van De Kooning steeds leger. In die zin zijn ook zijn laatste schilderijen toch weer echte De Koonings.
Bij zijn begrafenis blijkt de onorthodoxe
De Kooning niet alleen de controle over zijn kunst maar ook over zijn leven en
dood te zijn kwijt geraakt. het moet vreemd geweest zijn dat zijn begrafenis
werd geleid door de anglicanen van Snob Hill.
Het was niet eerlijk - nooit - dat een levenskrachtig schilder/ mens een
langzame vernietigende dood moet meemaken. Geen auto-ongeluk zoals Pollock, geen
zelfmoord zoals Rothko, maar langzaam fade away.
De afgelopen jaren heb ik een terugkerende droom schreef hij tegen het einde.
'Ik zou willen dat Frank Sinatra's liedje "Saturday Night (is the loneliest
Night of the week)" op mijn begrafenis werd gespeeld en dat bij al mijn
vrienden dan de tranen over de wangen biggelende.
Het werden psalmen (o.a. 121) en Edward Caroll die de Welse ballade
"Morning Has Broken speelde - populair geworden in een versie van Cat
Stevens/ ook al religieus geworden - 't Kan verkeren.
Chris18.05.05, 25.11.05, 01.02.06, 13.01.10
Bronnen:
Mark Stevens en Annalyn Swan "De Kooning - Een Amerikaanse meester." (Nieuw Amsterdam - uitgevers 2006)
Barbara hess "Willem de Kooning" (Taschen 2004)
Tijdschrift: "Scientific American Mind" (2005/01)
Tijdschrift: "Psychologie"(2005/11)
| home | tekenlog | schilderijen | ruimtelijk werk | grafiek | reprocitaat | kunst kolom | video/ audio | fotografie | tekeningen |
| contact |