In haar boek "Het blinkende stof" onderzoekt Anna Tilroe de rol van
de beeldende kunst in onze tijd. In de inleiding schrijft ze "Steeds meer
kunstenaars verdiepen zich in de gebeurtenissen die zich in de wereld voordoen
en gaan over tot samenwerking met journalisten, architecten, filmers en
wetenschappers. Zij drukken hun bevindingen uit in beelden die schoonheid en
verschrikking, distantie en betrokkenheid, het mentale en het zinnelijke
combineren. Zij tonen de menselijke conditie niet als een spektakel maar als een
onuitroeibaar verlangen: het vinden van betekenis."
Dit laatste is misschien wel zolang er kunst gemaakt wordt haar belangrijkste
functie, en heeft, wel inhoudelijk maar niet als streven, zoveel te maken met de
ontwikkelingen in onze tijd.
Toch krijgt in veel van de in dit boek gebundelde artikelen, de kunst wel erg
veel om haar nek gehangen. Natuurlijk houdt kunst zich bezig met alle aspecten
van onze samenleving die Tilroe signaleert zoals oorlog en geweld, nieuwe
utopieën moderne architectuur de vermaaksindustrie, de biotechnologie en ook
nog wel met een paar onderwerpen die Tilroe niet noemt.
In verschillende artikelen krijgt de kunst echter wel erg veel ballast mee,
waardoor zij eigenlijk alleen nog maar door het ijs kan zakken. Het blijft
vooral een reageren op, soms een richting duiden, soms betekenis geven of
uitbreiden. Kunst is echter geen maatschappelijke, politieke, sociale of
ethische voorhoede. Kunst moet de kans krijgen in het totale maatschappelijke
debat haar stem te laten horen en gezien worden. Wordt er meer verwacht dan ligt
een mislukking bij voorbaat vast. Zoals een kunstenaar die in Sarajevo, met
gevaar voor eigen leven, een kunstwerk opricht dat hoop en troost biedt. Genoeg
zou ik zeggen. De interviewster vraagt zich echter vertwijfeld af wat er van
hetzelfde kunst werk over zou blijven in een museale context. Te veel gevraagd
lijkt me, te veel en vooral te diverse eisen.
Beeldende kunst kan vele verschillende rollen vervullen, van de meest
individuele expressie tot het trachten bakens voor de toekomst uit te zetten.
Maar niet alles tegelijk en in dezelfde mate. En waarom zou een kunstwerk dat op
straat in Sarajevo, tijdens een oorlogssituatie, hoop en troost biedt, ook nog in
een museale context gewaardeerd moeten worden?
Een van de beste artikelen in deze bundel gaat over het werk van Kiki Lamers.(blz.
77)
Het artikel over de kinderportretten van Kiki Lamers is een
prachtige filosofische/ psychologische bespiegeling over de kindertijd en meer
nog over de wijze waarop wij ons zelf zien. Waarbij de schrijfster zelfs
aannemelijk maakt dat de verlokkingen van de consumptie maatschappij hieruit
voortkomen.
Of Kiki Lamers dit ook allemaal bij haar werk betrekt is nu even niet van
belang.
Ik wil even terug naar de kunst, het stoffelijke voertuig waarin dit alles –
net als in een lichaam – gestalte moet krijgen. Tenslotte hebben we het over
beeldende kunst en moet alles zichtbaar worden in de materie. Lamers slaagt
hier, ook in de beschrijving van Anna Tilroe, wonder wel in.
"Nu is het nog licht, zoals alle vormen op Lamers schilderijen uit licht
geboren lijken te zijn. Het licht toont zich in kleuren die ingehouden en
diffuus zijn wanneer een lichaam is vormgegeven en krachtig en tactiel als het
om voorwerpen gaat. Lichtroze komt midden op een klein paneel uit de grijzige
nevel een kinderoor naar voren. (…) haar fabelachtige vermogen het stoffelijke
een eigen sensibiliteit te geven."
En zonder dat beeldende kunst een wereldvreemd in zichzelf gekeerd iets wordt
kan in een dergelijke beschrijving ook rustig aangesloten worden bij de wijze
waarop in de beeldende kunst kinderen al sinds eeuwen afgebeeld worden. Ik kan
me namelijk maar zo voorstellen dat de kunstgeschiedenis voor Kiki Lamers, als kunstenares, een
minstens zo belangrijke inspiratie bron is. Naast alle filosofische en
psychologische bespiegelingen die er ook aan te koppelen zijn. Maar het blijft
beeldende kunst en laten we dat vooral ook als zodanig bespreken.
Na 280 pagina’s over de hipste kunst en statements over zulke uiteenlopende
zaken als moderne economie, biotechnologie, entertainment en branding, heb ik
wel erg veel sympathie voor de uitspraak van de Belgische kunstenaar Jan
Vercruysse (op blz. 106).
"Er moet binnen onze cultuur de mogelijkheid blijven voor stilte en
afstand! Wat mij betreft is dat de plaats van de kunst."
Op dit moment is - tot 22 augustus 2010 in het Centraal Museum Utrecht de
expositie 'Hoofden' van Kiki Lamers te zien. De kunstenares werd begin dit jaar
onderscheiden met de Jordaan-Van Heek prijs voor Nederlandse schilderkunst.
Het laatste decennium is het kindergezicht, ongetekend door emoties en daardoor
volgens Lamers het ideale projectievlak voor expressie, bij uitstek haar
onderwerp. Een letterlijke betekenis of symboliek is er niet, het zijn beelden
om intuďtief te ervaren. Foto's van kinderen vormen de basis voor de
schilderijen. In een publicatie (Kiki Lamers
Tender Age) zag ik een selectie van deze foto's terug, het schijnt inmiddels een
groot archief te zijn. Wat mij betreft had de expositie aan kracht gewonnen
wanneer een selectie van de foto's hier was opgenomen. Misschien wel in plaats van de - wat mij betreft wat gezochte - relatie met het werk van Pyke Koch.
02.05.10Chris
Bronnen:
![]() |
![]() |
|
![]() |
![]() |
| home | tekenlog | schilderijen | ruimtelijk werk | grafiek | reprocitaat | kunst kolom | video/ audio | fotografie | tekeningen |
| contact |