Schilderij: Camille op haar doodsbed. ( 1879)
Claude Monet (1840 – 1926)
Monet is een van de belangrijkste schilders van het impressionisme. Zijn stijl kenmerkt zich door licht, een kleurrijk palet, en verf die vaak ongemengd op het doek wordt aangebracht. Doeken die hij prepareerde met een helder witte basis (later ook wel licht grijs en crème) om de helderheid van licht en kleur zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen. Deze helder witte basis vinden we tegenwoordig niet zo bijzonder, maar in de tijd van Monet was het gebruikelijk dat schilders van het donker naar het licht werkten, dus begonnen op een zwarte donkere ondergrond. Monet die zei meer angst te hebben voor het donker dan voor de dood stierf nagenoeg blind.
Hoe belangrijk licht en kleur voor hem waren blijkt misschien wel het
duidelijkst uit de geschiedenis rond een vrij onbekend schilderij van Monet
getiteld "Camille op haar doodsbed".
In 1870 was Monet gehuwd met zijn model Camille Doncieux,
samen met wie hij twee zoons had. Bij haar overlijden in 1879 schildert hij voor
de laatste maal haar portret. Dit schilderij geeft een uiterst nuchtere weergave
van de feiten. Ondanks dat het zijn eigen vrouw is spreekt er niet veel gevoel
of emotie uit.
In een gesprek met een vriend vertelt Monet waaraan hij dacht op het moment dat
zijn vrouw dood uitgestrekt voor hem op bed lag:
"Toen ik aan het doodsbed zat van de vrouw die me zo dierbaar was
geweest en die dat nog steeds was, betrapte ik me erop dat ik starend naar haar
ongelukkige voorhoofd, werktuigelijk de opeenvolging van kleurgradaties
analyseerde die de dood over haar bewegingloze gezicht legde. Schakeringen van
blauw, van geel, van grijs en wat al niet. Nog voordat het bij mij opkwam de
trekken vast te leggen die ik zo lief had, reageerde mijn organisme al
automatisch op de kleurstimuli en mijn reflexen namen het van me over, in een
onbewuste handeling die behoorde tot mijn dagelijks werk – net als een dier in
een tredmolen."
Gelukkig heeft Monet Camille ook vele malen in gelukkiger omstandigheden geportretteerd.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Overigens waren de persoonlijke relaties die Monet onder hield vaak problematisch. In 1876, dus drie jaar voor de dood van zijn vrouw Camille, was Monet een ménage à trois begonnen met Alice Hoschedé en haar man Ernst. Deze relatie leidde tot veel geruchten en verwijdering van zijn collega schilders. In 1883 verhuisde deze ménage met hun acht kinderen naar Giverny. In 1891 overleed Ernst, waarna Monet en Alice konden trouwen. Overigens zien we in de wijze van afbeelden weinig verschil tussen de schilderijen die Monet maakte van Alice en van Camille.
Ogen op waterlelies.
Af en toe maak ik me wat bezorgd over mijn van jaar tot jaar
slechter wordend gezichtsvermogen. Wanneer we naar het werk van Claude Monet
kijken is daar weinig reden voor. Integendeel zijn werk dankt wellicht een deel
van zijn bijzonderheid van zijn slechter wordend gezichtsvermogen. Hoewel jij
dit zelf weer niet zo zag en uit eindelijk op 86 jarige leeftijd gedeprimeerd en
half blind aan zijn einde kwam.
"Die landschappen zijn een obsessie geworden (...) Schilderen is nu zo'n
zware kwelling (...) Je zou er de moed haast van verliezen. Je zou er de moed
haast van verliezen. Mijn dagen zijn gesteld (...) Morgen misschien (...)"
Aldus Monet in een brief aan een vriend in augustus 1908, het jaar waarin hij de
tweede serie waterlelies voltooide. De wanhoop in zijn brief zal veel te maken
hebben gehad met de staar die hem steeds meer parten speelde. Zijn ogen gingen
elk jaar verder achteruit en dat had merkbare invloed op zijn werk. Monets
doeken werden verzadigd en diffuus. Zijn beschadigde ooglens hield de met blauw
en paars corresponderende korte lichtgolven tegen, waardoor de lange golven met
de gele en roden overheersten en zijn landschappen gingen kleuren. Na een
operatie in 1923 werd zijn gezichtsvermogen weer enigszins hersteld. Even kregen
zijn kleuren weer de oude brille en gedetailleerdheid, maar drie jaar later
stierf hij.
Monet wordt beschouwd als de grootmeester van het impressionisme en zijn Zonsopgang
is het ijkpunt daarvan. Het impressionisme draait om het complementaire
kleursysteem en het uitbannen van zwarten. De tot dan vaak met zwart of bruin
aangegeven schaduwen kregen kleur; in het complementaire kleursysteem kwam dat
globaal uit op de koppels rood-groen, paars-geel en blauw-oranje. Uiteindelijk
zou het op het palet van Monet draaien om zes pure kleuren; cadmium geel,
cinnaberrood (vermiljoen), kraplak, kobaltblauw, smaragdgroen en loodwit. Om de
verf nog meer naar zijn hand te kunnen zetten en meer modelé te krijgen,
ontdeed hij ze voor gebruik zoveel mogelijk van olie. Een belangrijk bijeffect
daarvan is een mat verfoppervlak, dat bij later en ondeskundig vernissen soms
helemaal zoek is geraakt. Monet prepareerde zijn doeken met ondergronden variërend
van beige naar wit. De witte zijn de basis voor de verschillende
waterlelie-series. De voorstelling is in brede kwaststreken opgezet, met voor
elk onderdeel een eigen richting, structuur en kleur. Vervolgens bouwde hij de
voorstelling in een doorwrochte laag-over-laag techniek op. Dit proces kon
maanden soms jaren duren en gedurende die tijd bleven alle doeken waaraan
gewerkt werd in het atelier. In zijn lange en werkzame leven toont Monet een
ontwikkeling van een vrij harde, decoratieve stijl naar een atmosferische
abstractie die zijn tijd ver vooruit was. De laatste serie waterlelies werden
door de kunstkritiek als irrelevant afgeserveerd. Het zou tot de jaren vijftig
van de 20ste eeuw duren tot deze vergeten en verwaarloosde waterlelies eerst
door vakgenoten en later door het grote publiek weer begrepen, bewonderd en
gewaardeerd worden.
Chris14.03.07
![]() |
![]() |
| home | tekenlog | schilderijen | ruimtelijk werk | grafiek | reprocitaat | kunst kolom | video/ audio | fotografie | tekeningen |
| contact |