![]() Rembrandt 1669 |
Rembrandt van Rijn. (1606 – 1669)
(Voor die andere "toffe peer" Vera, met liefs)
Bij de Rembrandt herdenking volgend jaar - het is dan 400 jaar
geleden dat Rembrandt geboren is - wordt de nodige moeite gedaan om Rembrandt
neer te zetten als een, commercieel aantrekkelijke, "toffe
peer".
Onlangs heb ik de biografie van Simon Schama getiteld "De ogen van
Rembrandt" (contact 1999) gelezen.
In ruim 700 pagina’s tracht Schama te achterhalen hoe het allemaal zo gekomen
is. Hij schetst een prachtig beeld van een tijdperk, van een cultuur en van een
kunstenaar. Of eigenlijk van twee kunstenaars, want pak weg een kwart van het
boek gaat over Peter Paul Rubens. Waarbij Schame telkens verbanden probeert te
leggen tussen leven en werk van beide meesters van de noordelijke barok.
Het gevaar bij kunstenaars waarover zoveel geschreven is als over Rembrandt (en
Rubens) is dat we het zicht op persoon en werk volledig dreigen te verliezen.
Wat een nauwkeurige beschouwing van hun werk niet echt ten goede komt. Het beeld
dat ons van Rembrandt vaak wordt voorgeschoteld is dat van een aanvankelijk wat
vergeten 17e eeuwse kunstenaar, tot een "goddelijk genie"
bij zijn vorige eeuwfeest in 1906, tot de huidige "toffe peer",
waarbij vooral de menselijke kant van de schilder wordt benadrukt.
Schama beklaagd zich over dit laatste. In zijn ogen maakt het Rembrandt van een
uniek genie tot een vertegenwoordiger van een veel breder voorkomende
schilderstijl.
Dit laatste zou jammer zijn.
Misschien is er voor beide opvattingen wel wat te zeggen. Mijns inziens houdt
dit, anders dan wellicht bedoeld, ook nog verband met de vergelijking die Schama
maakt tussen Rembrandt en Rubens.
Laat ik een poging doen om te achterhalen wat Rembrandt tot Rembrandt maakt, van
zeer getalenteerd kunstenaar tot uniek genie.
Van jongst af aan is Rembrandt vooral ook een zeer ijverig en leergierig
kunstenaar. En het gaat hem goed af. Zijn teken en schildertalent lijkt geen
grenzen te kennen en zijn artistieke en maatschappelijke succes houdt daar
gelijke tred mee. Hij verhuist van Leiden naar Amsterdam, huwt zijn Saskia,
betrekt het huidige Rembrandthuis (in de Jodenbreestraat) als woonhuis en
werkplaats. Hij heeft leerlingen, een fraaie kunst en antiek verzameling en
opdrachten bij de vleet. Wanneer we naar het schilderij "de verloren
zoon" kijken komt Rembrandt daaruit naar voren als een uitgesproken "toffe peer". Helemaal passend bij het beeld dat men bij de huidige
herdenking zo graag van hem wil neer zetten.
Dit past ook binnen de vergelijking met Rubens die Schama trekt. Beide
kunstenaars zijn zeer doel gericht bezig de "grootste" kunstenaar van
hun tijd te worden. Beiden paren dit ook aan aanzien en succes.
Na het overlijden van Saskia treed er echter een kentering in. In de periode dat
Rembrandt zijn wellicht beroemdste schilderij, "De nachtwacht"
schildert, teert Saskia langzaam weg aan tuberculose. Saskia overlijdt
uiteindelijk in 1642. In de periode daarvoor zijn ook drie van hun vier kinderen
overleden. Het maatschappelijk succes vervliegt, de opdrachten blijven uit. Hij
beleeft een onverkwikkelijke affaire met zijn huishoudster (Geertje Dircx) en in
plaats van dit te corrigeren stort Rembandt zich in tal van juridische
procedures en uitvluchten. Uiteindelijk verhuist hij met Titus en zijn nieuwe
vrouw (hoewel niet officieel) Hendrickje Stoffels van het huidige Rembrandthuis
naar een bescheiden pand aan de Rozengracht. Zijn kunst en antiek verzameling is
dan allang verkocht.
De dood van zijn vrouw en drie van zijn vier kinderen moet van grote invloed
zijn geweest op persoon en karakter van Rembrandt.
Gemakshalve wordt terug kijkend vanuit onze tijd waarin de dood geen gezicht
meer heeft – tenzij je Hendrikje van Andel heet en 115 jaar bent – wel
verondersteld dat de 17e eeuwse mens – in wiens leven de dood alom
tegenwoordig was – meer eelt op de ziel had en ongevoeliger was voor dergelijk
leed. Het lijkt me onwaarschijnlijk. Het verdriet over de dood van zijn vrouw en
zijn drie kinderen moet voor Rembrandt bij tijd en wijlen ondragelijk geweest
zijn. Het heeft hem op zijn minst melancholieker gemaakt, minder vatbaar voor de
uiterlijke kant van het leven.
Daar ligt volgens mij ook een belangrijke ommekeer. Alles wat daarvoor zo
belangrijk was, aanzien, succes, de grootste kunstenaar van zijn tijd worden, is
dat niet langer.
De enkele (buitenlandse) koper die hem in zijn werkplaats aan de Rozengracht nog
komt opzoeken lijkt hij eerder af te schrikken dan uit te nodigen. Zakelijke
beslommeringen laat hij bij voorkeur aan zijn zoon Titus over.
In zekere zin moet het afstand nemen van de uiterlijke kant van zijn
kunstenaarsschap voor Rembrandt ook een bevrijding zijn geweest. Vanaf dat
moment kan hij los van modes, trends en opdrachten zijn eigen intuďtie volgen.
Dit is de periode dat zijn werk ontstaat dat we nu het meest waarderen, zoals
"Het Joodse bruidje" en zijn "Portret van Jan Six".
|
![]() |
Hij tovert met verf en de resultaten zijn
betoverend. Schama geeft er een paar prachtige beschrijvingen van. Nog nooit is de
verf, die hij boetseert, laag over laag aanbrengt, licht over donker en
omgekeerd, zo belangrijk geweest. Van marterhaar naar varkenshaar en het
resultaat wordt er alleen maar "verfijnder" op. Zijn stijl is
persoonlijk en uniek en helemaal losgezongen van zijn tijd.
Vergelijk voor de aardigheid zijn twee verloren zonen eens met elkaar.
![]() |
|
In deze tijd heeft hij nog een leerling, Arend de Gelder die hem
ook in zijn schilderstijl tracht te volgen. Daarna zal zijn stijl van schilderen
pas weer meer dan 100 jaar later worden opgepakt door kunstenaars als Goya en
Manet.
Dus Rembrandt is niet zozeer het een of het ander, maar zowel "toffe
peer" als "uniek genie"
Meer dan vermoedens zijn het niet, want ook na een biografie van meer dan 700
pagina’s blijf je als lezer met hoegenaamd lege handen achter en is Rembrandt
tussen die 700 bladzijden door allang uit beeld. De persoon van
Rembrandt bestaat uit louter verf, daar zullen we het mee moeten doen.
september2005
Naschrift:
In het kader van het Rembrandt jaar 2006 vinden er een groot aantal
tentoonstellingen plaats. Heel bijzonder vond ik de tentoonstelling "The
amazing Rembrandts" in het Amsterdamse museum "Ons' Lieve Heer op
Solder". Hier exposeert een groep kunstenaars met een verstandelijke
beperking die zich hebben laten inspireren door de werken van Rembrandt en met
verrassende resultaten. De schilderijen van Rembrandt zijn getransformeerd tot
kleurrijke en vaak ook persoonlijke werken.
Ik heb deze tentoonstelling bezocht samen met mijn dochters Rosa en Vera en wij
werden er alle drie erg vrolijk van. De meester schilder van de 17e eeuw naast
de meesters van de spontaniteit uit de 21e eeuw.
Voor mij was de tentoonstelling ook aanleiding nog eens wat langer stil te staan
bij de vraag wat kunst tot kunst maakt. De werken van deze kunstenaars zijn
eerlijk, spontaan, behoeven geen verhaal, zijn niet bedacht, er ligt geen plan
aan ten grondslag en het ego van de maker is afwezig. Deze combinatie van
factoren biedt blijkbaar een goede voedingsbodem voor het maken van geďnspireerde
en inspirerende kunst. Vooral de afwezigheid van een te groot ego lijkt me van
belang. Kunstenaars met een verstandelijke beperking hebben hier blijkbaar
weinig last van. Maar ook een kunstenaar als Rembrandt maakte (zie hierboven)
zijn meest bijzondere werk in de laatste fase van zijn leven waarin zijn ego het
kleinst was en hem het minst in de weg zat. De werken konden zichzelf creëren
de kunstenaar zat hierbij niet meer in de weg.
Bij de opening van de tentoonstelling verwoorde Hedy d'Ancona het als volgt:
"Wat een kunstenaar tot kunstenaar maakt, is dat hij niet werkt om dat het
moet, niet voor het geld, maar omdat hij niet anders kan.
04.03.06Chris
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
…
naetuereelste beweechgelickheijt …
De
KunstKolom over Rembrandt uit 2005 sluit ik af met de zin ´De persoon van
Rembrandt bestaat uit louter verf, daar zullen we het mee moeten doen.” Dit
was echter buiten de persoon van Rudi Fuchs gerekend, die in zijn boek
“Rembrandt spreekt” de schilder ook een stem geeft. Hij laat Rembrandt in
zijn atelier discussiëren met bijvoorbeeld Constantijn Huygens en met zijn
leermeester Pieter Lastman. Fuchs tracht te achterhalen hoe Rembrandt tot zijn
belangrijkste artistieke keuzes kwam.
In mijn
eigen werk worstel ik met een probleem waar ook Rembrandt hard op gestudeerd
heeft, namelijk het maken van een “goede” compositie. De tekeningen in de
serie GameScape
worden soms haast een soort historie stukken, met alle eisen die daarbij horen.
Ook deze keer ben ik weer opzoek gegaan in het werk van Rembrandt naar
suggesties om verder te kunnen werken. In de zeventiende eeuw werd het historie
stuk gezien als het hoogste dat in de schilderkunst bereikbaar was. Voor het
bedenken van een compositie was een grondige kennis nodig van de antieke en van
de eigentijdse literatuur. Hieruit selecteerde de kunstenaar onderwerpen die in
verf konden worden vertaald. Ook het perspectief, de anatomie en de weergave van
de diverse menselijke gemoedstoestanden kenden voor de historieschilder geen
geheim.
![]() |
![]() |
|
De bruiloft van Simson (1638) |
De boetedoening van Judas |
Bij het
zoeken naar een compositie begint Rembrandt dan ook bijna letterlijk bij het
begin, de tekst, de bijbel en de mythologische verhalen. Opzoek naar nieuwe
gezichtspunten.
In de uitvoering componeerde Rembrandt met licht, dat bewegelijk tussen de
figuren door vloeit. De ruimte wordt door donker en licht gevormd. Door deze
wijze van uitlichten ontstaat een toverachtige ruimte. In dit vaak wat
vervreemdende licht kan Rembrandt zijn verhaal vertellen. Met kleine gebaren,
kleine voorvallen, kleine incidenten, soms slechts een gezichtsuitdrukking.
Daarbij blijven mijn tekeningen voorlopig, grof, leeg en koud en vol van te
grote gebaren en symbolen.
Rembrandt
werkt met een flexibele beeld opbouw die bijna kan veranderen terwijl we er naar
kijken.
Opzoek naar de ideale compositie ontdekt Rembrandt dat een wendbare grillige
lijnvoering de compositie extra bewegelijkheid geven.
In deze fase beven en trillen zijn lijnen, die nergens tot rust komen.
De grillige vrije lijnvoering wordt bijna door Rembrandt uitgevonden. Goya en
Picasso zullen hier later hun voordeel mee doen. Zelf noemt Rembrandt dit in een
brief aan Constantijn Huygens “naetuereelste beweechgelickheijt”
![]() |
|
|
Christus geneest de zieken (1648)* |
De verloren zoon (tekening) |
De ets 'Christus geneest de zieken", is ook bekend als "De honderd gulden prent", de bijnaam sloeg op het voor die tijd enorme bedrag dat voor de prent werd betaald.
Misschien
dat Rembrandt zijn handschrift wel het belangrijkste van al zijn talenten vond.
Steeds is hij het blijven veranderen, vernieuwen.
Na de “naetuereelste beweechgelickheijt” was Rembrandt geleidelijk aan nog
iets op het spoor gekomen: De macht van Kunst om te toveren en het onzegbare uit
te drukken. Hoewel Rembrandt altijd bij de tekst begint en een goed lezer is.
Staat zijn kunst niet in dienst van de tekst maar bezit zij een autonome
zeggingskracht naast de tekst.
Over de
artistieke vrijheid die hem toekwam dacht Rembrandt als een moderne kunstenaar.
Wanneer een onderwerp op zijn weg kwam begon hij het af te tasten om te zien of
hij er iets verrassends en nieuws van kon maken. Wanneer hij het daarna nog eens
ter hande nam formuleerde hij het weer anders. Dit is bijna een artistiek
principe: de idee van een ideale versie was Rembrandt vreemd.
Kunst is de dingen anders maken, verhalen anders lezen en beleven. Een andere
benadering was Rembrandts eer te na.
Rembrandts
neiging om pasteus te schilderen werd aanvankelijk intoom gehouden door de
precieze tekening in de schilderijen. De beweging van verf en kleur die het
oppervlak levendig maken worden gestuurd door de tekening.
Het is echter niet zo dat die tekening ook echt zichtbaar is – zoals de omtrek
van een vorm die dan vervolgens wordt ingekleurd. Er is een sturing die op
tekenen lijkt. Verf en kleur bewegen zich parallel aan die sturing.
Dit is noodzakelijk zolang een natuurlijk realisme de boventoon voert. In het
latere werk verdwijnt dit natuurlijk realisme en daarmee de sturing door de
“tekening”. Misschien ontdekt Rembrandt dat een realistische nauwkeurigheid
alleen maar kan uitmonden in een anekdotische vertelling. Ergens moet Rembrandt
besloten hebben dat hij dat niet meer wilde. Blijkbaar ging hij een grote mate
van verstilling steeds meer waarderen. Rembrandt was nu eenmaal een bijzonder
nieuwsgierig kunstenaar die zover trachtte te gaan als hij kon en daarbij soms
iets nieuws vond.
![]() |
![]() |
|
Het Joodse bruidje (1664) |
Simeon (Een opdracht in de tempel) |
Rembrandts
late handschrift toont zich misschien het mooist in de schilderijen “Het
Joodse bruidje” (1664) en in “Simeon (Een opdracht in de tempel)” (1669 ?)
Een belangrijk verschil is dat het Joodse bruidje een portret van een echtpaar
is. Waarbij Rembrandt iets concreets voor ogen heeft, twee mensen in hun
prachtigste kledij. Dit verschafte vanaf het begin de vastigheid die zijn
schilderen richting en doel gaf.
In die zin was Simeon een “onzichtbare” Bijbelse figuur waarover hij alleen
gelezen had.. Een figuur die hij zich wilde voorstellen en schilderen als een
ernstig mens wiens diepste verlangen is vervuld en die zich met een baby in de
armen over geeft aan de dood. Er zijn nergens contouren die het vlekkerige
handschrift houvast geven (er is geen sturende tekening meer). In Simeon ging
Rembrandt verder dan hij ooit was gegaan. Hoe schilder je niet zozeer een oude
man die iets wonderbaarlijks mee maakt. Maar hoe schilder je het wonderbaarlijke
zelf.
Wat Rembrandt ook deed, verder ging niet hij had de grens van zijn schilderkunst
bereikt. Verder ging niet. Vanaf daar is het toveren aan ons.
26.01.09Chris.
'Van Rijn' is een lappendeken van ontmoetingen en
conversaties, citaten en klassieke verhalen. Ge-sampled als een stevige hiphop
plaat en met vergelijkbare vaart en enthousiasme. Van alles komt langs van
Huygens gedicht bij de dood van zijn Sterre
"Op de dood van
sterre" tot het krakende ijs van de 'mini-ijstijd' die de Gouden Eeuw ook
was.
Ondanks de vele grote en kleine details en soms fraaie passages komt,
anders dan bij Fuchs, de persoon van Rembrandt in deze roman niet dichterbij.
29.10.11Chris.

Rembrandts laatste leerling Arent de Gelder zou deze voorstelling
eveneens schilderen met als titel "Simeon en Anna"
In de rubriek Reprocitaat zijn een groot aantal gedichten opgenomen naar
aanleiding van schilderijen van Rembrandt: Rembrandt
- Aafjes, Rembrandt - Baeke,
Rembrandt
- Balkt, Rembrandt - Barnas,
Rembrandt
- Bernlef, Rembrandt - Brassinga,
Rembrandt
- Boeken, Rembrandt - Bruinja,
Rembrandt
- Claus, Rembrandt - Decker,
Rembrandt
- Emmens, Rembrandt - Enquist,
Rembrandt - Gerhardt, Rembrandt
- Gerlach, Rembrandt - Harmens,
Rembrandt - Herzberg, Rembrandt
- Hofman, Rembrandt - Kemp,
Rembrandt
- Knibbe, Rembrandt - Kopland,
Rembrandt
- Meekers,Rembrandt - Menkveld,
Rembrandt
- Moeyaert, Rembrandt - Schiferli,
Rembrandt
- Schulte-Nordholt, Rembrandt
- Soepboer,
Rembrandt - Spinoy,
Rembrandt-
Tentije,
Rembrandt - Vestdijk, Rembrandt
- Vestdijk02, Rembrandt -
Vestdijk03 en Rembrandt -
Wissen.
| home | tekenlog | schilderijen | ruimtelijk werk | grafiek | reprocitaat | kunst kolom | video/ audio | fotografie | tekeningen |
| contact |