De zwerver

Theo van Baaren

Vrij naar Jeroen Bosch

Een herberg is geen huis en houden bijten
de vreemden. Als de liefde is betaald
worden de rokken weer omlaaggehaald
en zoekt de klant op schoen en slof de wijdte.
Het mistig landschap op de achtergrond
belooft nog veel in deze morgenstond.

Omzien in wrok of in gelatenheid …
Wat maakt het uit? Een nacht is maar een nacht,
ook als hij in De Zwaan wordt doorgebracht.
Het oude deuntje blijft: misleid, verleid.
Wat ’s morgens nog in nevel is gehuld
wordt overdag in ’t volle licht vervuld.

Niemand weet of hij op weg is naar huis,
of dat de ekster met zijn zwart en wit
die op de grond bij ’t houten hekje zit
– net als de uil – voorspelt: Het is niet pluis.
Hij zal nog vaak in ’t bos moeten verdwalen,
voor hij het einde van zijn tocht zal halen.

De koolmees buitelt vrolijk in de bomen
en doet alsof de zorgen niet bestonden.
Die rust heeft onze zwerver nooit gevonden.
Hij weet dat hij weer verder moet met lome,
lemen voeten, strompelend, met zuchten,
van ’t ene onheil naar het andere vluchten.

home tekenlog schilderijen ruimtelijk werk grafiek reprocitaat kunst kolom video/ audio fotografie tekeningen
contact