Een ontmoeting met Pieter Saenredam

J. Bernlef

1.
Dit is het bewijs – een transparant
van ’t schilderij over ’t theoretisch
perspectief gelegd – de Bavo door zijn ooglijn
lichtelijk uit ’t lood getild.

Zo heb ik ’t gewild, zegt Saenredam
zoals ik ’t zag, zelf door Gods hand gebogen
heb ik ’t licht gemeten en gewogen
en daarna doen verstuiven in deze ruimte daar

’t hele schilderij is waar op één ding na
een soort van commentaar geschilderd door
een leerling: onder de bogen van de galerij

staat zij en kijkt naar mij die
het aangezicht verborgen achter een pilaar
voorgoed moet zwijgen terwijl
de ranke orgelpijpen immer ranker stijgen.

2.
Daar zat ik – jongeling van veertien
op de eerste rij met voor mij
het grote rol – wachtend tot
het concert begon, de davering.

Goudglanzend drongen de pijpen
als röntgenstralen door mij heen
mijn geraamte begon te beven op de steen
waaronder (zonder ’t te weten) hij begraven lag

Ik zag de blote borsten van déngelen
trillen in een beweging die ik had
willen stillen met mijn vingers

Te jong voor engelen werd ik toch
of juist daarom tot tranen toe en
door hun pijpen in mijn kern geraakt.

3.
Rechtlijnig ontmoeten wij elkaar
uiteindelijk op dit papier
doorschoten van dezelfde pijn
die alle muren slecht

Het was, het was en nu niet meer
het grote orgel zwijgt, de nis is leeg
jij met je ruimte, ik met mijn tijd
als twee geketende aapjes dansen wij

Ik lees je steen
ik dicht je toe
voor het open schilderij
En staar mijn ogen blind
op het verborgen beeld: een engel
zingend achter een pilaar.

home tekenlog schilderijen ruimtelijk werk grafiek reprocitaat kunst kolom video/ audio fotografie tekeningen
contact