Sonnet
Aan D.G. Rossetti voor zijn portretstudies naar mevrouw Morris

P.C. Boutens

O water in den avond onbewogen,
Waarvoor de ziel haar schoonsten dorst bewaart
Door liefde en lust wier kussen haar bedrogen,
Door ’t eenzaam zwerven over troostlooze aard

Meer dan der wijsheid ijdele vertoogen,
Meer dan de bloemen langs den weg gegaard:
Eén late glimlach en éen blik der oogen,
Die aan de ziel de ziel zelf openbaart!

De middag neigde al toen gij ’t eerst kwaamt lenen
Over den spiegel: als een mist doorschenen
Ging heel ’t verleden op in heerlijkheid:

Uw rijpe kracht won jeugds verrukking weder:
Uw oogen hebben van vervoering teeder
Elk gouden uur in dit gelaat geleid.

home tekenlog schilderijen ruimtelijk werk grafiek reprocitaat kunst kolom video/ audio fotografie tekeningen
contact