
Peter Vos 'Vogels, het paradijs in de lucht'
De stad een vogelreservaat
J. Eijkelboom
Ik zag een
meeuw die uitgleed op het ijs
en hoorde eens bij ondergaande zon
twee
hanen kraaien in een boom.
Ook zag ik op een stille zondagmorgen
een
sperwer op de stoep van een kantoor;
hij had een muisje in zijn klauwen
en
keek mij zo woest aan
dat ik maar liever verder liep.
Voorts heb ik
waargenomen
dat vogels ’s morgens vroeg
graag op de rijweg lopen
en
later als met tegenzin
de lucht in gaan.
Ik heb het allemaal gezien,
gehoord.
Gelukkig maakt wie niets verzinnen kan
veel mee.
Meeuw
J. Eijkelboom
Een
onverzettelijke speelbal, rijdt de meeuw
op golf na golf, de snavel in de
wind,
zoals een kind hem op papier verzint.
Zijn oog kijkt roerloos om
zich heen,
naar voren en tegelijk opzij.
De broodheer ziet hij ook meteen.
Zwijgend of krijsend, in de lucht
zie ik hem later
zoals hij toch maar
liever is:
tegen de wolken als een vis
in het doorzichtigste water.

Peter Vos
'Vrouw en kind'
Duiven
J. Eijkelboom
Ik zag een
man op de Dam,
hij was met drek overdekt,
hij stond onder een wolk en
schreed in een vijver van duiven.
Kleuters wuifden halfbang langs de kant
of waadden dronken door het luid
koerende, doorvoede, maar toch
steeds
bezetener klapwiekend volk.
Vertederd keken ouders naar dit
niet uit
te roeien misverstand:
geen land of op square en piazza
wordt vrede door
vraatzucht vertolkt.
Ja, laat Picasso maar schuiven.
Hij schetste
Stalin als Adonis
en de duif met de palm in het bekje.
De duif? Die
bestaat niet in ’t echt;
men ziet nooit anders dan duiven.
| home | tekenlog | schilderijen | ruimtelijk werk | grafiek | reprocitaat | kunst kolom | video/ audio | fotografie | tekeningen |
| contact |