
Regentenzaal van het Bartolomeus Gasthuis
met gobelins van
Maximiliaan van der Gucht
een
atmosferisch perspectief
Chris den Engelsman
the dharma is inexpressible
it is beyond the realm
of terms
het zondagse flanelbord
toont ons een
boslandschap met brede zich in vergezichten
vernauwende lanen naar keuze gestoffeerd met
huis kerktoren of dorpssilhouet op de voorgrond
tegen een rijk genuanceerd groen gebladerte steken
talrijke dieren en kleurige bloemen af de gaafheid van
het weefsel de soepelheid van wol en zijde de frisheid
van de kleuren alles doet ons met stomheid slaan
Gobelins voor de Regentenzaal van het Bartholomeus Gasthuis te Utrecht. (1642 –
1644)
De geschiedenis van de gobelins vangt aan in 1641 toen besloten de bestuurders
van het gasthuis hun vergader 'camer int
gasthuys te vertimmeren ende beter tot gerijff te accomoderen.'
Onderdeel
hiervan was het vervaardigen van vier gobelins die drie wanden van de
regentenkamer volledig zouden bedekken. Hiertoe stelden zij zich in verbinding
met Maximiliaan_van_der_Gucht die deze
opdracht tussen 1642 en 1644 zou uitvoeren.
De opdracht werd in het contract
minutieus omschreven qua maatvoering, kwaliteit en afbeeldingen.
Gobelins met
bosschages en brede lanen alles gestoffeerd naar de wens van de koper waren
blijkbaar een specialiteit van Maximiliaan. Het patroon voor deze lanen, de
compositie van de afbeelding werd vermoedelijk ontleend aan de prenten van
Nicolaes de Bruyn (1570 – 1656) Hoewel de
rechte perspectief-lanen - zichtlanen - zo typerend voor de gobelins van
Maximiliaan van der Gucht - op deze etsen weer niet terug te vinden zijn.
Door de
eeuwen heen zijn de gobelins een aantal keren gerestaureerd, voor het laatst in
1995. Nog steeds zijn ze te bewonderen op de plek waar ze ooit voor gemaakt zijn
namelijk de Regentenzaal van het Bartholomeus Gasthuis te Utrecht.
Maximiliaan van der Gucht (ca. 1603 – 1689)
Waar en wanneer
Maximiliaan van der Gucht werd geboren is niet bekend. Waarschijnlijk is hij in
Slot Zuylen
'gobelinzaal' met gobelins van
Maximiliaan van der Gucht
De markt voor wandtapijten in
Nederland was beperkt en bovendien sterk gevoelig voor de op- en neergaande
economie. De calvinistische geest overheerste in die tijd, de rijken in
Nederland leefde in huizen, niet in paleizen. Ook de overheid van toen was een
beperkte opdrachtgever; het kwam voor dat men bij belangrijke (internationale)
bijeenkomsten de tapijten huurde van de wevers. Een groot deel van de productie
van Van der Gucht ging dan ook de grens over. Zo leverde hij tussen 1642 en 1648
enkele malen aan de koning van Polen (afbeeldingen van veldslagen en
belegeringen) en in de jaren 1647-
In Nederland
bestonden de opdrachten voor Maximiliaan van der Guchts weverij vooral voor
zogenaamde ‘groenwerken’: bosgezichten en landschappen. Men had hier kennelijk
genoeg oorlog gezien. Door de jaren heen bleef de stad Delft een belangrijke
opdrachtgever, maar uit gemeentelijke archieven blijkt ook van bestellingen van
de magistraten van Utrecht, Haarlem en ‘s Hertogenbosch. Er zijn ook
bestellingen van raadspensionaris Johan de Witt en van de Staten van Holland
bekend. Veel betalingen heeft Van der Gucht van Delft niet ontvangen; zeker is
dat een levering in 1660 door de stad Delft werd betaald met de overdracht van
het Agnietenklooster aan Van der Gucht en de opdracht uit 1640 lijkt voor een
groot deel een schenking van hem aan Delft te zijn.
Gobelins
van Maximiliaan
van der Gucht in het Stadhuis van
Den Bosch
De weverij
Wat moeten we voorstellen van een
tapijtweverij in die tijd? Het waren tamelijk grote ondernemingen; 40 man
personeel was niet ongebruikelijk. Het was ook een kostbare ondernemingen: we
weten dat Maximiliaan voor de oprichting van een weverij in Den Haag aan zijn
zoon Bartholomeus 15.000 gulden leende, welke schuld nog steeds openstond toen
deze in 1670 overleed. Andere weverijen hadden bij tegenslagen soms moeite de
materialen te betalen.
Maximiliaan werkte met zijn vrouw en na 1660 kwamen
ook zijn zoons in de zaak. Zijn zoon Bartholomeus had een zelfstandig ‘filiaal’
in Den Haag en was in de latere jaren verantwoordelijk voor alle
verkooponderhandelingen, zoon Jacobus was hoofdman van de werkplaats. Na het
overlijden van Maximiliaan in 1689 (hij is stokoud geworden) zette Jacobus de
zaak voort. (Bartholomeus was in 1670 reeds overleden.)
Werkplaats van Maximiliaan van der Gucht (?), ontwerp van de voorstelling in het
centrum toegeschreven aan Christiaen van Couwenbergh Bloemtafelkleed met ‘de
personificatie van Flora’, ca. 1650-1675 Delft (?), wol en zijde, 194 x 218 cm
Rijksmuseum Amsterdam
(in bruikleen van het Koninklijk Oudheidkundig
Genootschap)
De wandtapijten (en daarnaast kussens,
tafelkleden en stoelbekledingen) van Maximiliaan van der Gucht behoren tot de
beste die in Nederland ooit zijn gemaakt. Ondanks dat het om kwetsbaar materiaal
gaat en deze tapijten zo’n 350 jaar geleden geweven zijn, is er nog behoorlijk
wat van zijn werk terug te vinden. Het loont de moeite dit prachtige handwerk
eens te gaan bezichtigen.
Waar is nog werk van Maximiliaan van
der Gucht te vinden?
Nederland / België
Drie Engelse jachtentaferelen in
het Rijksmuseum te Amsterdam
12-delig groenwerk in de trouwzaal van het
Stadhuis te ‘s Hertogenbosch
Groenwerk in de Regentenkamer van het
Bartholomeusgasthuis te Utrecht
De gobelinzaal in Slot Zuylen (Ut)
De
gobelinzaal in Kasteel Guntherstein, Breukelen (Ut)
Slag bij Nieuwpoort te
Brussel
Buitenland
leden van Engelse jachten met borders, Zweedse hof
4
wandkleden geleverd aan koning Sigismund II, Wawelmuseum, Krakow, Polen
(de
lijst is niet volledig)
Nicolaes de Bruyn (1570 – 1656)
Nicolaes de Bruyn is in
Ondanks dat zijn vader hem
opleidde tot etser volgde hij zijn voorbeeld niet, noch in stijl, noch in
uitvoering, noch in afmetingen. Zijn stijl heeft hij met name ontwikkeld door
het bestuderen van Lucas van Leyden.
Zijn composities zijn weelderig
maar missen vaak focus, de afwerking is netjes en verzorgd, maar ook vaak erg
vlak. Hij mist een persoonlijk handschrift en de beheersing van het chiaroscuro,
dat bijvoorbeeld zijn stads- en tijdgenoot Rembrandt zo meesterlijk beheerste.
Wat zijn werk juist weer uitermate geschikt maakte om te dien als basis voor de
voorstellingen op de tapijten van Maximiliaan van der Gucht.
Nicolaes de
Bruyn overleed in
|
|
|
|
| Nicolaes de Bruyn etsen | |
Verbouwing van het Bartholomeus Gasthuis door de eeuwen heen.
De eerste verbouwing van het
Bartholomeus Gasthuis gebeurde in opdracht van de grondlegger, Willem van
Abcoude.
ILLUSTRATIE
Hij liet het
kleine gasthuis in 1378 uitbreiden en bouwde vermoedelijk ook de kapel. Deze
stond aan het eind van de grote ziekenzaal, zodat de patiënten vanuit hun bed de
dienst aan het altaar konden volgen. In de 17de eeuw, toen het gesticht rijker
geworden was en het aantal inwoners groeide, zijn twee belangrijke delen aan het
oude gebouw toegevoegd: een nieuwe kapel en de fraaie Regentenzaal. De wanden
van Regentenzaal werden bekleed met tapijten van
Maximiliaan van der Gucht, een bekende
tapijtwever uit Delft.
Bij
Koninklijk Besluit van 27 maart 1817 kwamen de zeven gasthuizen in de stad
Utrecht onder gemeenschappelijk bestuur. Het stadsbestuur installeerde een nieuw
College van Regenten der Gods- en Gasthuizen, onder voorzitterschap van
burgemeester J. van Doelen. Het Bartholomeus Gasthuis werd aangewezen als de
centrale plek waar senioren uit de verschillende gasthuizen werden
ondergebracht. Om ruimte te bieden aan deze nieuwe bewoners was een nieuwe
verbouwing noodzakelijk. Zo werd in de hoge, gewelfde zaal een zoldering gelegd
en ontstond de grote bovenzaal. Deze bovenzaal werd in tweeën gedeeld, met een
afzonderlijke mannen- en vrouwenslaapzaal. De benedenzaal werd ingericht als
eetruimte. Vanaf 1925 kwamen de algemene ziekenhuizen in beheer van de gemeente
en het rijk. Met vrijkomende fondsen van het broederschap Agnes van Leeuwenberg
en St. Catharijne Gasthuis wordt een verzorgingstehuis voor oude, hulpbehoevende
bejaarden gebouwd. Dit is het Agnes- en Catharijne Gasthuis aan de Pelmolenweg;
nu onderdeel van het Bartholomeus Gasthuis. Nieuwe eisen uit de jaren vijftig
van de 20ste eeuw leidden tot een ingrijpende verbouwing. In totaal kwamen er 69
eenpersoons- en 13 tweepersoonskamers van 10,5 en 14,5 m2. Nog geen 20 jaar
later, in 1972, meldt het gasthuisbestuur dat het gasthuis alweer verouderd was:
de kamers waren te klein, en het ontbreken van eigen douche, toilet of
kitchenette, zorgde voor een ouderwetse uitstraling. In 1975 dreigde de
Inspectie op de Bejaardenoorden in de provincie Utrecht het gasthuis te sluiten
als modernisering uitbleef. Door allerlei bouwvertraging en bezuinigingen
dreigde het gebouw zelfs te worden gesloopt. Acties vanuit buurt, personeel en
bewoners hebben dit voorkomen. In 2011 is het Gasthuis opnieuw aangepast aan de
wensen en mogelijkheden. Naast veranderende zorgwensen en -eisen is nu ook de
wens om de cultuurhistorische waarde te tonen aan het Utrechts publiek. De
geschiedenis van zes eeuwen zorg in Utrecht is na de verbouwing zichtbaar in de
vorm van een permanente tentoonstelling in de Smeezaal. Ook de Regentenzaal is
voor het publiek toegankelijk gemaakt.
Bron: Historicus Corrie Verstoep
Uiteraard is
het Bartholomeus Gasthuis vernoemd naar de apostel, heilige en martelaar Sint
Bartolomeus. Die wat ongelukkig aan zijn einde is gekomen, hij schijnt zelfs
levend gevild te zijn. Daarom ook wordt hij vaak afgebeeld met mes, of zoals
hier door Michaelangelo met zijn eigen huid in de hand.

Michaelangelo de heilige Batholomeus
detail van het fresco 'Het laatste oordeel' in de Sixtijnse kapel.
Gobelins algemeen
Wandtapijten, die in de tijd van hun
ontstaan als prestigieuze kunstwerken werden beschouwd, hebben letterlijk en
figuurlijk aan glans verloren. Letterlijk omdat zij soms een beetje vaal ogen
doordat de zijde die erin is verwerkt, is verschoten en het niet meer
verantwoord wordt geacht deze opnieuw in te weven. Maar wandtapijten, de
‘mobiele fresco’s van het noorden’, hebben het ook moeilijk in figuurlijke zin.
Er bestaan namelijk geen wandtapijten naar Frans Hals, Rembrandt, Ruysdael of
Vermeer. De ‘geweven wandschilderingen’ staan doorgaans op naam van een wever of
van een atelier en worden daarmee door kunstliefhebbers gezien als virtuoze
staaltjes van ambachtelijkheid. En ambacht, dat is mijlenver verwijderd van
‘echte’ kunst, van het genie van een kunstenaar. Onze zuiderburen daarentegen
lopen wel warm voor wandtapijten, niet alleen omdat het kunstambacht in België
meer wordt gewaardeerd dan in Nederland-Schilderland, maar ook omdat ‘hun’
Rubens en Jordaens belangrijke tapijtreeksen hebben ontworpen. Onbekend maakt
onbemind en dat geldt ook voor de wandtapijtenverzameling van het Rijksmuseum.
Niet dat de verzameling klein of onbeduidend zou zijn: ze omvat ruim 120
wandtapijten en bijna 80 andere voorwerpen die zijn geweven in
tapisserietechniek, zoals tafelkleden, kussens, meubelbekledingen en panelen
voor kamerschermen. Het vroegste stuk uit de collectie dateert van ca. 1376,
maar de meeste stammen uit de 16de, 17de en 18de eeuw.
Christiaen van Couwenbergh (1604-1667) was een populaire schilder van wanddecoraties. Tussen 1638 en 1651 kreeg hij opdrachten van het bouwlustige stadhouderlijk paar Frederik Hendrik en Amalia van Solms voor de verfraaiing van hun huizen in en om Den Haag. Voor Honselaarsdijk en het Huis ter Nieuwburg schilderde hij grote doeken en wanddecoraties, en voor de Oranjezaal in Huis ten Bosch twee deurpanelen. Daarnaast heeft hij genreschilderijen gemaakt die hem laten zien als een tamelijk excentriek schilder. Het zijn scènes met gezellige drinkebroers en vrolijke meisjes, die de beschouwer brutaal en wat provocerend aankijken. In 1643 ontving Van Couwenbergh van de burgemeesters van Delft een som geld voor het ontwerpen van een reeks wandtapijten, waarvan het onderwerp helaas onbekend is. Een aantal andere tapijtweefsels waarin hij ongetwijfeld de hand heeft gehad, is wel overgeleverd. De belangrijkste zijn die van een reeks met de titel ‘Engelse Jachten’. Zij zijn ca. 1650 in het atelier van de Delftse wever Maximiliaen van der Gucht (1603-1689) van het getouw gekomen.
|
|
|
Twee details van een wandtapijt uit de reeks ‘Engelse Jachten’, ca. 1650 Delft, wol en zijde, totale afmetingen 385 x 720 cm Rijksmuseum Amsterdam |
|
Werkplaats van Maximiliaan van der Gucht (?), ontwerp van de voorstelling in het
centrum toegeschreven aan Christiaen van Couwenbergh Bloemtafelkleed met ‘de
personificatie van Flora’, ca. 1650-1675 Delft (?), wol en zijde, 194 x 218 cm
Rijksmuseum Amsterdam
(in bruikleen van het Koninklijk Oudheidkundig
Genootschap)
De figuren op deze wandtapijten met verhalen uit de Griekse mythologie vertonen eigenaardigheden die ook voorkomen op De Brays schilderingen in de Oranjezaal, zoals de theaterachtige kledij, inclusief de opmerkelijke hoofddeksels en ‘gedraaide’ kousen. Sommige gelaatstypen op de Iphigeneia-reeks vertonen bovendien verwantschap met schilderijen van De Bray in Nederlandse musea.
Kartons
Als leidraad voor de wevers
werden tapijtkartons gebruikt, voorbeelden op schaal die dikwijls in repen
werden geknipt en onder het getouw lagen of in hun geheel achter het weefgetouw
hingen, al naar gelang de wevers werkten op een horizontaal of verticaal getouw.
Helaas zijn er weinig kartons overgeleverd. Een karton was immers een hulpmiddel
dat telkens opnieuw werd gebruikt en dat daardoor aan slijtage onderhevig was.
Er zijn zelfs helemaal geen tapijtkartons bewaard die gebruikt zijn voor
Nederlandse wandtapijten. Daarom is het des te opmerkelijker dat het Rijksmuseum
in 2003 een karton heeft weten te verwerven voor een Vlaams wandtapijt uit ca.
1550. Het is waarschijnlijk bewaard omdat het als waardevol werd beschouwd; het
was immers een deel van het bedrijfskapitaal van een weefatelier. Het karton
waar het Rijksmuseum de hand op wist te leggen wordt toegeschreven aan Michiel
Coxcie of zijn werkplaats. Coxcie werd in zijn tijd ‘de Vlaamse Raphael’
genoemd, naar de grote Italiaanse schilder, die ook ontwerpen voor wandtapijten
maakte. Dat het wel degelijk gebruikt is, is af te lezen aan de toestand waarin
het is overgeleverd. Weliswaar is het op het oog vrij ongeschonden, maar bij het
verwijderen van het doek waarop het later was geplakt bleek het papier waarop is
geschilderd te bestaan uit een ware lappendeken van onregelmatig gevormde
stukken papier. Het aan en over elkaar plakken van die stukken heeft
vermoedelijk zowel tijdens het schilderen plaatsgevonden als daarna (dus tijdens
het weefproces) omdat er partijen werden gewijzigd. Het karton is één deel uit
een reeks voor een serie wandtapijten met ‘De daden van Scipio’. Deze beroemde
Romeinse veldheer gold vanaf de Renaissance als voorbeeld voor vorsten vanwege
zijn militaire successen en zijn humane optreden tegenover overwonnenen.
Wandtapijten met dit onderwerp waren vanaf de 16de eeuw erg geliefd. Het karton,
dat ‘De landing op de kust van Carthago’ voorstelt, is een prachtig voorbeeld
van het werkproces dat ten grondslag ligt aan een wandtapijt. De enig bekende
16de-eeuwse weving daarnaar, die wordt bewaard in Hearst Castle in San Marino
(VS), is een beetje teleurstellend. Dit wandtapijt is als het ware hoekiger,
minder vloeiend van tekening dan het ontwerp. Dat ligt mogelijk aan de kwaliteit
van het atelier waar die weving is uitgevoerd.
De ontwerper verdwijnt
Wanneer een vooraanstaand atelier een klant had die er een flink bedrag over had
om een reeks waaraan een fraai ontwerp ten grondslag lag, in fijne wol en zijde
door hooggekwalificeerde wevers te laten uitvoeren, kwam het allemaal goed. Maar
wanneer het een middelmatig atelier was of wanneer de afnemer genoegen nam met
een middelmatig weefsel was de kwaliteit navenant. Dat is goed zichtbaar bij de
verschillende edities van de ‘Engelse Jachten’. De weving met randen en het
monogram van koningin Christina is van hoge kwaliteit, de tweede weving voor het
Zweedse hof en de exemplaren in het Rijksmuseum zijn redelijk tot goed en die
voor Gustav Wrangel nog een slagje minder. Zo verdwijnt de ontwerper langzaam
maar zeker achter de horizon, zoals dat vaak het geval is bij vermenigvuldigbare
kunst.
Bron: Ebeltje Hartkamp-Jonxis, conservator textiel Rijksmuseum
Amsterdam.
| home | tekenlog | schilderijen | ruimtelijk werk | grafiek | reprocitaat | kunst kolom | video/ audio | fotografie | tekeningen |
| contact |