
Rob Scholte en Sandra Derks 'Rom 87' - blok 9 - 1981-2 ecolaverf op papier
44 m2
8 x 8 = 44
- de - constructie van een kleurboek
Chris den Engelsman
flexiepicture in 9 blokken
groeit van het kinderlijk inkleuren
van 64
kleurplaatjes uit tot
een ontregelende creatie van 44 m²
buiten lijnen
kleuren is iets anders dan
door een systeem voorgedrukte lijn
voelbaar
vatbaar
verwerkbaar
verbuigen
verleggen
van betekenis
verschieten
een vrolijk makende ode
aan spontaniteit fantasie
en plezier
in de kraamkamer van de kunst
naderen pen penseel en ecolaverf
het gewone leven boren
een gat in de tijdruimte
|
Rob Scholte en Sandra Derks 'Rom 87' 1981-2 ecolaverf op papier 44 m2 |
Rom 87
Het werk Rom 87 van Rob
Scholte en Sandra Derks bestaat uit 199 stuks (9 blokken) en beslaat in totaal
44 m2.
Het formaat van alle blokken is hetzelfde. Alle elementen uit de 64
kleurplaten van blok 1 komen in de andere blokken weer terug. De eerste twee
blokken schilderden Scholte en Derks onafhankelijk van elkaar. Pas vanaf blok 3
ontstond de echte samenwerking toen ze het besluit namen om de 64 ingeschilderde
kleurplaten te combineren tot nieuwe prenten. De collage bestaat uit een
sgraffito achterwand met onder andere een zebrabank en laat ook hier alle 64
onderdelen uit de voorgaande blokken weer terugkomen.
Rob Scholte en Sandra Derks,
Rom 87,1981-2.
Ecolaverf op papier, 44 m'
In
1979 ontmoeten Sandra Derks en Rob
Scholte elkaar in Amsterdam. Scholte zit al op de
Rietveldacademie waarvoor Derks nog het toelatingsexamen moet doen. Al snel gaan
ze samenwonen in de woning van Scholte. De ruimte is niet groot, ze zitten
praktisch op elkaars lip, waardoor ze nauw betrokken raken bij elkaars werk. In
die situatie wordt het idee geboren om ook samen een werk te maken. Een
spannende gedachte, en bovendien een actueel concept. In Duitsland hadden Walter
Dahn en Jiri Georg Dokoupil samen schilderijen gemaakt die furore maakten in de
kunstwereld, omdat ze de hoog geprezen individualiteit in de schilderkunst
ondergroeven. Waarom zou schilderkunst de aller individueelste expressie van een
aller individueelste emotie zijn? Samen schilderen en met beelden op elkaar
reageren, dat werd de uitdaging: twee is meer dan één. In 1983 zou Scholte zelfs
meedoen aan een samenwerkingsproject van vier kunstenaars. Op voorstel van
Hewald Jongenelis formeerden René Daniëls, Roland Sips, Jongenelis zelf en
Scholte de Spray Armée die de met rollen papier bedekte muren van het Meijhuis
in Helmond volspoot met graffiti van eigen makelij. Met hun Hollandse graffiti
reageerden ze op de Amerikaanse graffiti die door een paar Nederlandse galeries
en musea werd gehyped. Geldgebrek speelde veel jonge kunstenaars parten.
Olieverf, kwasten, doeken: alles was duur en geld was er nooit. Bart Domburg
schilderde op lakens en bloemetjesstof van de lappenmarkt. Maarten (van der)
Ploeg en Peter Klashorst gebruikten latexverf van de Hema. Ook Derks en Scholte
nemen wat voorhanden is. Ze ontdekken dat ze zelf geen beelden hoeven uit te
vinden, die zijn er al: doodgewoon in het Hema-kleurboek. Dat staat vol
met plaatjes. Ze kiezen 64 kleurplaten uit en schilderen die op hun eigen manier
in. Als ze daarmee klaar zijn rangschikken ze die in acht rijen van elk acht
kleurplaten, waarbij ze de vier platen die lichtbronnen bevatten op de hoeken
plaatsen; het zo ontstane kader vullen zij willekeurig in met de andere
plaatjes. Wat dat oplevert prikkelt de nieuwsgierigheid om een stap verder te
gaan.
Wat gebeurt er als we plaatjes gaan combineren, vragen Derks en
Scholte zich af. Wat zouden die combinaties ons vertellen - en wat zegt dat over
ons; hoe reageren wij op elkaar? Zo groeide het project uit dat leidde tot hun
debuutwerk Rom 87 (1981-82).
De een-na-laatste kleurplaat brengt
Scholte en Derks op de titel: naast een kronkelende weg door de bergen staat een
steen met de kilometeraanduiding Rom 87: 87 kilometer naar Rome. Zo leek de
titel ook te zinspelen op het spreekwoord 'Allewegen leiden naar Rome': er zijn
vele manieren om er te komen, maar het is nog een hele klus om het doel te
bereiken - nog een eind te gaan. Het gehele werk bestaat uit negen
blokken.
Het eerste blok is door de kunstenaars later toegevoegd, om
inzichtelijk te maken hoe ze waren begonnen, met de 64 kleurboekplaatjes. Het
tweede blok laat de ingeschilderde versies zien. Vanaf het derde blok zijn ze de
plaatjes gaan combineren. Steeds worden twee kleurplaten samengevoegd tot een
nieuw beeld dat ze in het volgende blok zetten; net zo lang tot alle vellen met
elkaar gecombineerd zijn in één groot beeld, het achtste blok. Om te zien wat er
onderweg met de oorspronkelijke beelden is gebeurd, laten Derks en Scholte in
het negende blok alles weer uit elkaar vallen in 64 onderdelen, en plaatsen de
beelden terug, voor zover mogelijk, op de plekken die ze in het tweede blok
hadden. Het is dus een proces van constructie en vervolgens deconstructie, een
methodiek die begin jaren tachtig uiterst actueel is - No Future in
optima forma.
De beelden van het negende blok zijn afzonderlijk op de muur
geprikt. Als je die vergelijkt met de oorspronkelijke plaatjes in de eerste twee
blokken zie je hoe sommige beelden in het combinatieproces geëvolueerd zijn,
terwijl andere ten onder zijn gegaan. Neem bijvoorbeeld de honkballer van de
zesde kleurplaat in het eerste blok. Al in de ingeschilderde versie ondergaat
hij een transformatie. Hij is naakt en lijkt in een beeldentuin met een fontein
te staan, als een soort sculptuur. Voor het derde blok wordt dit plaatje
gecombineerd met het ingeschilderde plaatje ernaast van een groen varken dat
boven de aardbol zweeft. De honkballer zakt nu tot zijn knieën weg in het water
van de aardbol. Vervolgens wordt deze prent gecombineerd met de prent daaronder.
Het resultaat is te zien bij het derde vel van het vierde blok: de man is nog
dieper weggezonken, zijn voeten, handen en hoofd steken boven het water uit. Het
is de honkballer blijkbaar niet gegund om het beeldenspel van
Rom
87 te overleven, want in het vijfde blok is hij helemaal verdronken. Alleen zijn
handen zijn nog te zien - als enig detail dat Derks en Scholte van de originele
voorstelling behielden. In het negende blok zijn ze teruggezet op de plek die ze
oorspronkelijk op de kleurplaat innamen. Hoe een kinderlijke bezigheid als
het inkleuren van plaatjes kan uitgroeien tot de creatie van een 44
vierkante meter groot kunstwerk: onder de handen van Derks en Scholte is een
fascinerend meesterwerk ontstaan. De term meesterwerk is niet onterecht: al in
1982 beschreef Paul Groot Rom 87 in NRC Handelsblad als
meesterwerk. De omvang van het werk, de geniale manier waarop Derks en Scholte
de beelden manipuleerden en steeds kwamen op nieuwe beelden zorgden ervoor dat
zij zich als debuterende kunstenaars meteen op de kaart zetten. De les
die eruit te trekken valt is dat je je vooral niet (altijd) braaf aan de regels
moet houden. Vakjes inkleuren, oké, maar het wordt pas spannend als je de
voorgedrukte kaders en lijnen overschrijdt en je fantasie de vrije loop laat -
kijken wat er gebeurt. Niet alleen buiten de lijntjes kleuren, maar de lijntjes
van betekenis doen veranderen.
In 1982 wordt Rom 87voor het eerst
getoond in het Amsterdamse kunstenaarsinitiatief W139. Het trekt meteen de
aandacht van kunstcritici en curatoren. De toenmalige Rijksdienst voor Beeldende
Kunst (nu Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) koopt het hele werk in 1984
aan en laat het een jaar later nog eens zien op haar eerste expositie van
aanwinsten. Het is meteen de laatste keer dat het werk te zien is - tot nu.
Na 26 jaar is
Rom 87
in volle glorie eindelijk
weer te bewonderen op de
tentoonstelling God.Save The Queen.
Door Adriënne Groen
| home | tekenlog | schilderijen | ruimtelijk werk | grafiek | reprocitaat | kunst kolom | video/ audio | fotografie | tekeningen |
| contact |