Jan Havicksz. Steen 'De huwelijksnacht van Tobias en Sarah'

Dag en nachtdromen
(bij de huwelijksnacht van Tobias en Sarah)

Chris den Engelsman

hun ingelijste nacht maakt zich los van
de muur en zweeft boven het dressoir
de rook van het offervuur aarzelt een
moment wat zij moet uitbeelden

mengt zich dan met hun angst
en verlaat de lijst Sarah mooi en
wanhopig na zeven verloren liefdes
glijdt steeds verder weg in haar geest

Tobias en zijn gevleugelde reisgezel
staan nu rug aan rug hebben samen
de mensverslindende vis verslagen

de gal van het ondier redt zijn
vadersblik de lever zijn vrouw
maar voor wie is het hart?

Jan Havicksz. Steen 'De huwelijksnacht van Tobias en Sarah' detail Jan Havicksz. Steen 'De huwelijksnacht van Tobias en Sarah' detail

Jan Havicksz. Steen ca. 1626 1679
De huwelijksnacht van Tobias en Sarah
olieverf op doek (81 123 cm)
Museum Bredius, Den Haag

Het gebeurt niet vaak dat een zeventiende eeuws schilderij de voorpagina van de krant haalt. Op dinsdag 16 augustus 2011 viel deze eer echter te beurt aan het schilderij 'De huwelijksnacht van Tobias en Sarah' van Jan Steen. Een in velerlei opzichten fascinerend schilderij.


voorpagina van de Volkskrant van 16 augustus 2011

Over dit schilderij zijn verschillende verhalen te vertellen. Het verhaal van de schilder Jan Steen, het verhaal van de voorstelling; het (apocriefe) Bijbelverhaal van Tobias en Sarah, het verhaal van de restauratie en het verhaal van het eigendomsrecht van dit schilderij.

1. Het verhaal van Jan Steen.
Jan Steen was de zoon van Havick Steen, een koopman in graan en brouwer, en Elisabeth Capiteyn. Zij waren in 1625 als katholieken voor de schepen getrouwd en naar alle waarschijnlijkheid pas daarna in een schuilkerk gehuwd. Jan was de oudste van acht kinderen.

Net als zijn nog beroemdere tijdgenoot Rembrandt van Rijn bezocht Jan Steen de Latijnse school in Leiden. Hij ontving in Utrecht schilderles van Nicolaus Knpfer, een Duitse schilder van historische taferelen. Invloeden van Knpfer kunnen worden gevonden in Steens gebruik van compositie en kleur. Een andere bron van inspiratie vormde Adriaen van Ostade, schilder van het boerenleven, die in Haarlem leefde. Het is niet bekend of Steen ook daadwerkelijk leerling van Van Ostade is geweest.

In 1648 werd Jan Steen opgenomen in het in dat jaar opgerichte schildersgilde St. Lucas in Leiden en werkte samen met Gabril Metsu. In 1649 trok Jan Steen in bij landschapschilder Jan van Goyen in Den Haag en trouwde diens dochter Margriet.


Jan Steen 'Het Oestereetstertje' ca. 1658/ 60

Het Oestereetstertje is een portret van Grietje van Goyen.
Jan Steen en Jan van Goyen werkten vijf jaar samen. In 1654 werd hij lid van de plaatselijke schutterij. Steen verhuisde naar alle waarschijnlijkheid naar Delft, waar hij de herberg De Slange zonder veel succes runde. De plaatselijke economie raakte na een ontploffing, bekend als de Delftse donderslag, waarbij veel huizen werden verwoest, in het slop.

Van 1656/1657 tot 1660 leefde hij in Warmond en van 1660 tot 1670 in Haarlem, waar hij zijn meest productieve periode beleefde. In 1670, een jaar na de dood van zijn vrouw, verhuisde Steen terug naar Leiden, waar hij de rest van zijn leven zou wonen in het huis dat hij van zijn ouders erfde. Hij hertrouwde in 1672 de weduwe Maria van Egmont, met wie hij twee kinderen zou krijgen.

In 1671 was hij gekozen tot hoofd van de kunstenaarsgilde. In 1672 opende Jan Steen een taveerne de Vrede. In 1674 werd hij opnieuw gekozen tot hoofd van het Sint-Lucasgilde. In deze tijd had de schilder vaak gezelschap van Frans van Mieris. Jan Steen stierf in 1679 en werd bijgezet in het familiegraf in de Pieterskerk in Leiden. Zijn dochter Catherina trouwde met de zeeschilder Jan Porcellis.

Het dagelijks leven was Jan Steens belangrijkste onderwerp. Veel van de taferelen waren levendig, zelfs chaotisch en wellustig. Dergelijke taferelen waren zo kenmerkend dat een huishouden van Jan Steen een veelgebruikt Nederlands gezegde is geworden. Subtiele hints en vele symbolen in zijn schilderijen maken aannemelijk dat Jan Steen de kijker niet zozeer wilde uitnodigen om het getoonde na te bootsen, als wel wilde vermanen. Veel van Steens schilderijen refereren aan oude Nederlands spreekwoorden of literatuur. Familie van de schilder fungeerde vaak als model.
Steen heeft zich met veel thema's ingelaten: hij schilderde historische, mythologische en religieuze scnes, portretten, stillevens en natuurtaferelen. Zijn afbeeldingen van kinderen worden geroemd, evenals zijn beheersing van licht en aandacht voor detail, met name in textiel.  


Zelfportret uit 1670.

Hier presenteert de schilder zich op 44-jarige leeftijd als deftige heer en geslaagde burger man. Terwijl hij in werkelijkheid een kroeg bestierde en schilder was, nog wel een van het alledaagse platvloerse soort. Een schilder die zichzelf in andere werken ook graag afbeelde als geinponem, hoerenloper, muzikant of kroegtijger. Op dit schilderij dus niet. Hier is hij 'de predikant', in zwarte kledij met witte kraag, schone handen en de kin omhoog. Alleen de gezwollen neus doet vermoeden dat hij wel een borrel luste.

2. Het verhaal van de voorstelling; het (apocriefe) Bijbelverhaal van Tobias en Sarah.
De hoofdrollen in het verhaal zijn voor een vader en zijn zoon: Tobit en Tobias. Tobit is getrouwd met Anna. Tobit werd als een soort Job op de proef gesteld en raakt door een beslissing van een vijandige koning al zijn bezittingen kwijt. Tobit echter, oud en blind geworden, heeft in het verleden een kleine schat achtergelaten bij iemand in Medi Perzi -, en stuurt nu zijn zoon Tobias op pad om die schat op te halen.

Op zijn reis krijgt Tobias gezelschap van de aartsengel Rafal; Tobias herkent hem echter niet. Rafal is gestuurd na gebeden van Tobit n van Sarah. Onderweg bij de Tigris vangen ze samen een levensgevaarlijke vis. Op aanraden van de engel bewaard Tobias het hart, de gal en de lever van het ondier.
Deze scene zien we verbeeld op een schilderij van de Nederlandse caravaggist Matthias Stomer (1600 ca.1650) getiteld 'Tobias en de engel' ook in het museum Bredius.

Matthias Stomer 'Tobias en de engel' Matthias Stomer 'Tobias en de engel' - detail achtergrond -

Op de achtergrond trekt Tobias met behulp van zijn beschermengel Rafal de gevaarlijke vis uit het water. Op de voorgrond braden ze de vis boven een vuurtje, met behoud van de ingewanden die later nog van pas zullen komen.
Zo komen ze bij de schuldenaar en zijn dochter Sarah. Met zeven eerdere partners van Sarah was het slecht afgelopen: ze stierven allen in de huwelijksnacht door toedoen van een boze demon. Sarah bad God zodoende om een nieuwe man, en nu eentje die niet verslonden zou worden. Tobias trouwde met jaar en bracht een angstige huwelijks nacht biddend door. Toen de demon verscheen legde hij een stukje van de lever van de vis op het vuur en Rafal God geneest nam de demon/ duivel gevangen. Dit is ook de voorstelling die we zien op het schilderij van Jan Steen.
Met hulp van Rafal heeft Tobias de demon verslagen en brengt hij zijn vaders schat naar huis. Met de gal van de vis die hij samen met Rafal heeft gevangen, geneest Tobias zijn vaders blindheid. Een deel van de schat wordt als aalmoezen weggegeven. Eind goed al goed dus en een duidelijke moraal. Dit verhaal was in de middeleeuwen zeer populair in Nederland.

Dit schilderij was lange tijd gesplitst - het is onbekend hoe dat is gebeurd. Bij een restauratie in de jaren 1960 werden op het linker deel de vleugels van de engel en een deel van de schede ontdekt, waardoor duidelijk werd dat de twee schilderijen ooit n waren geweest. In 1996 werden de twee delen bij een uitgebreide restauratie weer samengevoegd, zie 3. 'Het verhaal van de restauratie'.

De hereniging creerde wel een eigendomsprobleem: het rechter deel is eigendom van het museum Bredius in Den Haag, maar het linkerdeel behoort tot de collectie Goudstikker. Die collectie werd in 2006 overgedragen aan de erfgenamen, na sinds 1945 eigendom te zijn geweest van de Nederlandse staat. Het museum wilde het linkerdeel kopen, maar kon niet genoeg geld bijeen brengen. Daarop wilde de gemeente (eigenaar van het museum) het deel met de aartsengel verkopen aan de erven Goudstikker. Tegenstanders met meer besef van de waarde van dit schilderij maakten bezwaar en stapten naar de rechter. In 2010 besloot de rechtbank dat het hele schilderij in het museum moest blijven, omdat Abraham Bredius in zijn testament had bepaald dat de aartsengel de museumcollectie niet mocht verlaten.

Het is niet bekend in welk jaar Steen dit werk schilderde. Men vermoedt overigens dat het oorspronkelijk zowel breder als hoger was; wellicht vormde het knielende paar het middelpunt van de compositie.


3. Het verhaal van de restauratie.
Het rechter deel van dit schilderij was in het bezit van het museum Bredius in Den Haag, het linker gedeelte was onderdeel van de collectie Goudstikker en hing in het Centraal Museum te Utrecht. In 1996 hebben de restauratoren van het Gemeentemuseum in Den Haag, Wietse van Noort en Jan Venema, de schilderijen schoongemaakt, gerestaureerd en weer aan elkaar gezet. 

In de jaren zestig vond de reconstructie plaats. Op het linkerdeel waren bij een restauratie twee vleugeltoppen en een dolkschede tevoorschijn gekomen, waardoor duidelijk werd dat deze twee schilderijen ooit n geheel vormden. Nu werd ook duidelijk dat de in het groen geklede figuur de engel Rafal is, die met behulp van een reukoffer de boze geest onschadelijk maakt. In 1993 komt de Haagse kunsthistoricus Albert Blankert met het voorstel om beide schilderijen weer tot n geheel terug te restaureren. Besloten wordt om het plan uit te voeren op het restauratieatelier van het Haags Gemeentemuseum.

De beide schilderijen waren vergeeld, maar de n erger dan de ander. De oude vernis moest dus eerst verwijderd worden om de kleuren links en rechts weer in overeenstemming te brengen. Vooral op het rechterdeel bleken veel bruin-groene overschilderingen aangebracht, o.a. over de zijkant van de tafel, misschien bedoeld als correcties op de wat vrije en levendige schilderswijze van Jan Steen. Vooral in de grijze rook bleek de verflaag heel sleets te zijn, d.w.z. er zijn veel zwarte puntjes van de ondergrond zichtbaar geworden. Op de macro-foto is te zien hoe onder de dikke bruine vernislaag dat versleten patroon al zichtbaar is.

Jan Steen is een schilder die eerst de achtergrond een globale kleur geeft, en pas dan de details op de voorgrond schildert. Als hij vormen corrigeert, zoals hier de hoek van het tafelblad, die van recht naar schuin is veranderd, wordt dat op den duur zichtbaar. 

Vrdat een schilderij schoongemaakt wordt, is het altijd heel moeilijk te voorspellen hoe de toestand van de verflaag onder de oude vernis is. Op dit linkerbovendeel van het Tobias en Sarah-deel lijkt de voorstelling redelijk gaaf bewaard gebleven, afgezien van het craquel-patroon, maar dat is een normaal verschijnsel bij oude schilderijen.

Pas na het schoonmaken blijkt de linkerzijkant erg beschadigd te zijn, er zijn lacunes en schroeiplekken zichtbaar geworden die mogelijk het gevolg zijn van een brand. De licht- en donkergele plekken zijn oude gaten die door restaurateurs op verschillende momenten in het verleden al eens dichtgeplamuurd en bijgeschilderd zijn.

Ook oude beschadigingen in de rode stoel werden weer zichtbaar. Duidelijk is te zien hoe het schilderij dwars door de voorstelling is afgesneden. Een halve stoel is op 17de-eeuwse schilderijen heel ongebruikelijk en Steen, die deze stoel erg vaak afgebeeld heeft op zijn binnenhuis-voorstellingen, zet hem er altijd compleet op.

Na het verwijderen van de oude vernis moesten de twee afzonderlijke doeken weer tot n object samengevoegd worden. Dat gebeurde door middel van een zo genaamde bedoeking, er wordt dan een nieuw stuk linnen achter het oude bevestigd. De twee schilderijen waren ieder apart al eens eerder bedoekt en moesten dus eerst losgemaakt worden om samen op dit nieuwe doek te kunnen.

De twee delen zijn op een nieuw doek bevestigd, en daarmee weer n geheel geworden. Nu moeten eerst alle oneffenheden tussen het oude en het nieuwe oppervlak uitgeschakeld worden.
Om als schilderij te kunnen functioneren, moet het doek op een spieraam gespannen worden, in dit geval natuurlijk ook nieuw, omdat de maat van het doek helemaal gewijzigd is. Om de hele voorstelling ook werkelijk op de voorzijde van het raam te krijgen, goed zichtbaar en niet afgedekt door de sponning van de lijst, moest heel nauwkeurig de maat van het spieraam bepaald worden.

Ook het omvouwen van de randen moest met de grootste precisie gebeuren, zodat de voorstelling niet scheef op het doek en dus in de lijst te zien zou zijn. Op de millimeter nauwkeurig worden de onbeschilderde randen langs alle kanten gelijk verdeeld.
Als het stugge doek eenmaal goed om het nieuwe spieraam gevouwen is, wordt het met scherpe tapijtnagels daarop vastgezet. Om te verhinderen dat er tijdens het opspannen nog iets scheef gaat, worden de randen aan alle kanten nauwgezet in de gaten gehouden.

Het schilderij kan nu gevernist worden waarna het retoucheren moet beginnen. Een foto in dit stadium is heel belangrijk, om later op elk moment te kunnen vaststellen wat van Jan Steen is en welke details en grotere delen later toegevoegd zijn.

De benen van Tobias tijdens het retoucheren. Puntje voor puntje wordt de sleetse oude verflaag met aangepaste, nieuwe verf bij gestipt. Goed te zien is hoe in het onbehandelde been de structuur, het relif en de leesbaarheid niet tot hun recht komen, terwijl rechts alles weer lijkt te zijn zoals het bedoeld is.

Het kussen links van de pilaar is geretoucheerd, rechts nog niet. Het relif en de stofuitdrukking komen geleidelijk weer terug. Het retoucheren kost zeen van tijd, het is ook de minst spectaculaire episode van een restauratie, maar uiteindelijk blijkt nu pas hoeveel er gewonnen is.

Nog een voorbeeld: rechts van de naad is de vleugel geretoucheerd, links nog niet. De beschadigingen links zijn veroorzaakt doordat de vleugeltip heel lang weggeschilderd is geweest en pas in de jaren vijftig weer werd blootgelegd.

In een aantal maanden groeit de rune weer tot een leesbaar en genietbaar schilderij. Begonnen wordt met de retouches die het minst problematisch zijn, waarna herstelde partijen weer de weg kunnen wijzen bij de aanpak van moeilijker gedeelten.

 

Vr het invullen van de grote ontbrekende delen is er veel overleg geweest met de betrokkenen, genteresseerden en deskundigen. Op stroken papier werden de eerste vorm- en kleur-voorstellen vastgelegd, en besproken met prof. Van de Wetering, restauratie-deskundige en Arille Veerman, restauratrice van de Rijksdienst.

De ontbrekende vleugeltip moest ook gecompleteerd worden. Zonder Jan Steen te willen nabootsen moest er toch een overtuigende aanvulling gemaakt worden. De uitgespreide vleugel van een grote opgezette meeuw uit het Museon was hier een bruikbaar voorbeeld.

Het is goed te beseffen dat we ondanks alle inspanningen toch met een overgebleven middengedeelte te maken hebben, het schilderij is, vooral links en boven, waarschijnlijk veel groter geweest, mogelijk enige decimeters. Het knielende echtpaar zou dan wel eens het centrum van de compositie geweest kunnen zijn. De gerestaureerde delen zijn alles wat overgebleven is van een grote, monumentale compositie, waarbij ieder in zijn fantasie mag proberen zich daar een beeld van te vormen.

4. Het verhaal van het eigendomsrecht van dit schilderij.
In 2011 kreeg het schilderij 'De huwelijksnacht van Tobias en Sarah' van Jan Steen na een lang lopend geschil weer n eigenaar. De gemeente Den Haag trof een regeling met Marei von Sahar, erfgenaam van de joodse kunstverzamelaar/ handelaar Jaques Goudstikker. Zij bezat het grootste deel (76 procent) van het schilderij, de overige 24 procent was al eigendom van de gemeente.
Het werk van Jan Steen werd vermoedelijk in de negentiende eeuw in twee stukken gesneden. Beide delen gingen vervolgens door het leven als afzonderlijke schilderijen. In 1907 werd het rechter deel De aartsengel Rafal gekocht door de Nederlandse kunstverzamelaar Abraham Bredius. Het gebed van Tobias en Sarah, het grotere linker deel, kwam in 1931 in het bezit van Goudstikker, die in de Tweede Wereldoorlog op de vlucht voor de nazi's om het leven kwam. Zijn verzameling van meer dan duizend kunstobjecten moest hij noodgedwongen achter laten, waarna de collectie geroofd werd door nazi Hermann Gring. De Nederlandse staat kreeg de collectie na de oorlog.
De gemeente Den Haag kwam in het bezit van het rechter deel De aartsengel Rafal door een nalatenschap van Bredius. Een restauratie in 1996 herenigde beide stukken zie beschrijving hierboven en sinds dien hangt het schilderij in Museum Bredius in Den Haag.
Tien jaar later werd het deel van Goudstikker na een advies van de Restitutiecommissie een commissie voor het door naziregime geroofde kunst toegewezen aan zijn erfgenamen. Von Sahar en de gemeente Den Haag wilden echter niet samen eigenaar zijn van het schilderij.

Uiteindelijk is er door  de gemeente Den Haag toch geld gevonden om het gehele schilderij van Jan Steen aan te kopen.
Mooi dat een zo fascinerend schilderij met een zo bijzondere geschiedenis behouden is gebleven voor een openbare collectie, te weten het museum Bredius in Den Haag.


Pieter Lasterman 'De huwelijksnacht van tobias en sarah'


Nicolaus Knupfer 'Het huwelijksgebed van Tobias en Sara' 1654

Op bovenstaand schilderij van Nicolaus Knupfer zien we opnieuw de huwelijksnacht van Tobias en Sarah afgebeeld, opnieuw is de aartsengel Rafal bezig de demon uit te drijven. Jan Steen is een aantal jaren bij Knupfer in de leer is geweest. We kunnen in ieder geval concluderen dat hij tijdens zijn leertijd goed heeft opgelet.


Abraham Bloemaert 'Landschap met Tobias en de engel' ca 1630

zie ook het gedicht 'rendez-vous' bij het werk van Abraham Bloemaert

   
   
   
   

Jan Havicksz. Steen

home tekenlog schilderijen ruimtelijk werk grafiek reprocitaat kunst kolom video/ audio fotografie tekeningen
contact