De stropdas van het vijftiende
Tomas Lieske
Uw
overbloemde opdracht in de oren,
ben ik als trouw lid van het Van Gogh-
EerbiedigingsComité begonnen in West,
in Den Haag, ons vijftiende rayon.
Ijdelijk vernam ik daar nooit zijn naam,
zijn woorden, zijn ijlhoofdig
portret.
Maar bedenk, ik heb mijzelve gewenkt
tot dit verraderlijk
niveau. Men herkent
mij
en bij navraag bleek het vage
het meest gebruikte
antwoord.
Door dit werk lijk ik te intiem
geworden voor de bewoners
van Den Haag.
Ik luister naar gesprekken die ik
van grote afstand
opvang, ik hoor
ieders verlangen als een stolp van klank.
Ontij kruipt
mij langzaam in de botten.
Ik hang mijn schouders als een houten knaap
halverwege mijn hoog geschoren haar
in de illusie nog ergens thuis te
zijn.
U weet niet hoe mijn lichaam hunkert.
natuurlijk heeft de
gedachte aan Van Gogh
mij altijd zeer gesterkt. Ik schrijf
mijn
rapporten steunend op mijn koffer
op straat. De stalen veer
in mijn
rug tegen vijandigheid eindigt
in mijn maag.
Verschoon mij dit geklaag.
Ik stel mij voor dat onze Van Gogh …
ach, een vergelijking is zo
ongepast.
Druist wat nu volgt niet tegen alles in?
Waar piëteit
tegen de lucht
in staat, - die kleine kamers met
al die liefdes voor
een half uur, -
zat een eeuw zo jong gebleven hoer
te pronken op een
rieten stoel.
Ik laat mijn sporen rinkelen, van bestuur,
van het
zwartgeklede commissariaat, Ik haat
de naakte molsheid van een hoer.
maar achter haar Van Gogh, een vage foto
van cat. 84, zijn laatste
jaar. Ik vroeg haar,
dreigde, dit waren haar woorden:
De penselen
gleden hem de natte vingers uit,
de verf kroop door zijn kleren en zijn
huid
kleurend zijn geheugen binnen, dromen lagen
zwaar op zijn benen,
slaap zat altijd verderop.
Van Gogh laf scheef ten opzichte van de
nacht,
hij zocht een heiligverklaring voor de gewoonste dingen:
de
tinten onder de rieten zitting van de stoel,
het licht van halmen in een
binnenkamers maal.
Ik wekte hem verzorgend in de witte ruimte
van het eerste dauwen. Hij zag
de lichte mouwen
uit zijn jeugd.
Ik heb hem koren en olijf bereid,
zijn haar, de korte bloemen in zijn
hoofd doen wuiven.
Ik meld u alles voor de goede orde,
ik heb haar
woorden in beslag genomen.
Das en speld in goede vorm groeten u zeer.
|
|
|
|
| Vincent van Gogh 'Zelfportret' | |
Hier kunt u terug naar de overzichtspagina van de bundel 'Ommuurd veld'
| home | tekenlog | schilderijen | ruimtelijk werk | grafiek | reprocitaat | kunst kolom | video/ audio | fotografie | tekeningen |
| contact |