|
De opmerking is wel gemaakt dat Rembrandt de Japanners evenaarde in hun luchtige en tegelijkertijd krachtige penseel streek. Hier dringt zich deze vergelijking wel zeer op. |
Bathseba bij het toilet
Simon Vestdijk
Naar David moeten haar die voeten dragen.
Verzorg ze, o geknielde aan haar voeten.
Maar naast de vorst zal zij zichzelf ontmoeten
En met haar ogen vorst’lijk ondervragen:
Zichzelf, de overspelige, de zoete
Bijzit bij voorbaat, de wel al te trage
In ’t afweren van op een dak belagen.
Gij zijt het zelf. De koning laat u groeten.
Het edelst aanschijn nummer is bij machte
Te stellen paal en perk aan ’t ruwst verkrachten.
Het is als bloem geplant in ’t onderlijf,
Dat rond gewelf, die warme medeplicht’ge,
Die weldra gichelend is te bezicht’gen
Bij olielampen door wijf en bijwijf.
Rembrandt van Rijn 'Bathseba met de brief van koning
David' 1654
Rembrandt van Rijn
Leiden
1606 - 1669 Amsterdam
Bathseba met de brief van koning David
Olieverf op
doek, 142 x 142 cm, 1654
Rembrandt van Rijn
Leiden
1606 - 1669 Amsterdam
Rembrandt werkte gedurende zijn eerste jaren in Leiden
doorgaans op panelen van klein formaat in een zeer precieze schilderstijl, maar
ging na zijn verhuizing naar Amsterdam in 1632 werken op doeken van veel groter
formaat. Hij was in Amsterdam aanvankelijk werkzaam als portretschilder, maar
schilderde na verloop van tijd ook religieuze en historische voorstellingen,
taferelen uit het dagelijks leven en een aantal landschappen. In alle gevallen
probeerde hij in zijn schilderijen actie en drama tweeg te brengen. Rembrandt
schilderde tientallen zelfportretten en maakte ook een groot aantal tekeningen
en etsen.
Hij kende veel tegenslagen in zijn persoonlijk leven, die door
biografen soms breed worden uitgemeten: de dood van zijn vrouw Saskia op jonge
leeftijd en van een aantal kinderen, zijn faillissement in 1656 en de
daaropvolgende verkoop van zijn bezit.
Rembrandt beeldt het moment uit
waarop Bathseba de boodschap van koning David heeft ontvangen die haar vraagt
naar het paleis te komen (2 Samuel 11 vs. 4). Hij had haar vanaf het dak van
zijn paleis gezien bij het baden en was verliefd op haar geworden. Later zou
David er voor zorgen dat Bathseba's man Uria in de strijd sneuvelde.
Vestdijk
neemt de handeling op het schilderij - het nagels knippen door een oude dienares
- te baat om in het eerste vers al duidelijk te maken dat het verzorgen van de
voeten een overspelig doel dient. Bathseba zou volgens hem niet al te afkerig
zijn van Davids opdringerige begeerte. Ook in het essay 'Rembrandt en zijn
mensen' uit De leugen is onze moeder (1965) meent Vestdijk dat
Rembrandt een niet onwillige Bathseba heeft geschilderd: 'Men ziet het: dit
edele vrouwenhoofd, prachtig langwerpig van bouw, joods en boven alle
raskenmerken verheven, verkiest de trouw aan de echtgenoot, maar het lichaam
eronder wil anders, móet anders, en niet alleen omdat de
koning het wil.'
Hier kunt u terug naar de overzichtspagina van de gedichtencyclus "Rembrandt
en de Engelen"
zie ook: Kunst Kolom over
Rembrandt
| home | tekenlog | schilderijen | ruimtelijk werk | grafiek | reprocitaat | kunst kolom | video/ audio | fotografie | tekeningen |
| contact |