
Anthonie
van Dijck 'Portret van Marchesa Balbi' ca. 1621-25
Marchesa Balbi, portret door A. van Dijck
J.W. Schulte Nordholt
Al de jaren dat je bent gestorven,
zijn dit ene ogenblik voorbij,
deze ene eeuwigheid, verworven
in een
glimlach tussen jou en mij.
Lieve vrouw, in Vlaanderen geboren,
weggereisd, getrouwd in Genua,
dat is alles wat we van je horen;
en hier
verweg, in Amerika,
nog dit grandioze, dit volmaakte
staatsieschilderij ten voeten uit,
waar je
voor de eeuwigheid ontwaakte,
haast beweging weer en haast geluid.
Elke zondag zit ik vol vertrouwen
in de stilte der museumzaal:
als een
vrome voor zijn Lieve Vrouwe
wacht ik op een teken, op de taal
die
verbinden zal, wat dood en leven
houdt gescheiden zo vlak bij elkaar.
Hef
je al je hand? Ik zie ze beven
en een glans glijdt door het donker haar.
Hoor, het ruist als sneeuw door je gewaden,
alsof je zo dadelijk gaat
staan
Koningin, ik leef van jou genade,
en je kijkt zo kinderlijk mij aan
alsof je
nu werkelijk gaat spreken,
naar mij toekomt, en alsof ik dan
allebei mijn
armen uit zal steken
en je kussen zal, alsof dat kan.
God, wat zit ik
hier nu te verzinnen,
wat maar schijn is, schijnsel is en verf,
wat een
lijst is en een doek van linnen,
is de liefste die ik zal beminnen,
die ik
zal beminnen tot ik sterf.
Washington, december 1954
Anthonie
van Dijck
Antwerpen 1599 - 1641 Londen
Portret van Marchesa Balbi ca.
1621-25
Olieverf op doek 183 x 122 cm
Anthonie
van Dijck
Antwerpen 1599 - 1641 Londen
Van Dijck was leerling en medewerker van Rubens in
Antwerpen. Hij schilderde religieuze voorstellingen en een groot aantal
portretten, vooral voor aanzienlijke opdrachtgevers. In 1621-22 en in 1624-25
werkte hij in Genua, waar hij een groot aantal portretten van de Genuese adel
schilderde, In de tussenliggende periode reisde hij door Italië en voerde op
verschillende plaatsen opdrachten uit. Vanaf 1639 verbleef hij meestal in
Engeland, waar hij door
Men neemt wel aan, maar echt bewezen is dat nooit, dat
Marchesa Balbi afkomstig was uit Antwerpen en dat zij degene was die de jonge
Antwerpenaar Van Dijck in Genua bij zijn aanzienlijke opdrachtgevers
introduceerde, toen hij daar voor het eerst in 1621 verbleef. Van Dijck heeft
nog een aantal andere leden van de Balbi-familie geportretteerd. Zijn Genuese
portretten hebben alle een statige, bijna koninklijke uitstraling. Albert Verwey
noemde Van Dijck een 'vergoelijkend bewonderaar van 't bestaan', voor wie 'iedre
man een heer en iedre vrouw een dame' was (in 'Antoon van Dijck',
Oorspronkelijk Dichtwerk II, 1914-1937).
Hoe dan ook, net als
Melissens Van Goyen-gedicht speelt dit zich nadrukkelijk in een
museum af. Maar terwijl Melissen zich in het kunstwerk wil begeven om een figuur
daaruit te ontmoeten, wil Schulte Nordholt het omgekeerde: dat de markiezin uit
haar lijst stapt. Bij beiden kan het niet: zie de titel van Melissens gedicht en
verf, lijst en linnen aan het slot van dit vers.
![]() |
![]() |
|
![]() |
![]() |
![]() |
| Anthonie van Dijck | |
| home | tekenlog | schilderijen | ruimtelijk werk | grafiek | reprocitaat | kunst kolom | video/ audio | fotografie | tekeningen |
| contact |