
Maerten van Heemskerck 'Portret van een vrouw'
Vrouwenportret
Naar M. van Heemskerck
S. Vestdijk
Schuin staan de oogen in het blond gelaat,
Dat over blonder krullen ondergaat
In een gebarsten achtergrond. Daar zweven
Nog wat dunne haren verder. De mond
Is bruin, en rijp gesloten; en er
streven
Twee jukbeenderen buiten 't wangenrond.
Het lichaam, hoog en
donker uitgemeten,
Wordt lichter pas waar aan een gouden keten
Het
kruisbeeld zich tusschen twee vingers plaatst,
Vol van juweelen, - of een
spiegeling
In haar fluweelen schoot 't gelaat weerkaatst,
En dan in
harde, blonde stukken springt.

Maerten van
Maerten van
Heemskerck
Heemskerk 1498 – 1574 Haarlem
Portret van een vrouw
Olieverf
op paneel, 69 x 58 cm, ca. 1542
Maerten van
Heemskerck
Heemskerk 1498 – 1574 Haarlem
Van Heemskerck was in Haarlem
leerling van Jan van Scorel, die van 1527 – 29 in Italië was geweest. Zelf ging
hij in de periode 1532 tot 1535 naar Italië, waar de kunst van de oudheid en de
Renaissance veel indruk op hem maakte. Vrjwel zijn gehele leven wonde hij in
Haarlem, was daar een burger van aanzien en verkeerde er in een intellectueel
milieu. Hij schilderde in een op Italiaanse voorbeelden geïnspireerde,
kenmerkende maniëristische stijl, met veel aandacht voor anatomie en
lichaamshouding, die vooral bij zijn altaarstukken (waaronder sommigen op zeer
groot formaat) tot uiting kwam. Van Heemskerck heeft daarnaast veel portretten
geschilderd, die vooral na zijn terugkeer uit Italië een aristocratische stijl
hebben. Hij was ook zeer actief als ontwerper van prenten.
|
|
|
|
| Maerten van Heemskerck | |
Van
Heemskerck ontwikkelde na zijn reis naar Italië van 1532 / 35 op basis van
Italiaanse voorbeelden een aristocratische stijl van portretschilderen, die ook
in dit portret duidelijk waarneembaar is.
De naam van de vrouw is onbekend.
Volgens sommige bronnen is het de non Hillegond Gerritsdr, die in 1530 non werd
van het Sint Anna klooster in Haarlem. Mogelijk was zij van Heemskerck´s
schoonzuster. Toen ze stierf liet ze al haar bezittingen, inclusief dit portret,
na aan het Hofje van Codde en Beresteyn. Daar heeft het eeuwen in de
regentenkamer gehangen. Tegenwoordig hangt het portret in het Frans Hals museum
in Haarlem.
Onbekend is ook of bij dit portret ooit een mannelijke pendant
heeft behoord.
Vestdijks ´Vrouwenportret ´, is door T. van Deel
voortreffelijk geanalyseerd. In zijn studie ´Als ik tekenen kon´, schrijft hij
`Ook uit andere gedichten blijkt dat
Vestdijk het kunstesthetische aspect niet volstrekt verwaarloosde ten gunste van
het anekdotische, historische, psychologische of filosofische. Dat dit zo is
bewijst meteen al het eerste gedicht waarop ik nader zou willen ingaan:
‘Vrouwenportret’. Het behoort tot het soort beeldgedichten dat grotendeels uit
een beschrijving bestaat van het beeldend kunstwerk. Het betreft hier een
Vrouwenportret van Maarten van Heemskerck, geschilderd in 1540-'45. Het paneel
hangt in het Frans Halsmuseum in Haarlem en stelt een onbekende vrouw voor.
Bijna vierhonderd jaar later, in 1931 om precies te zijn, treft haar beeltenis
de dichter Vestdijk en hij beschrijft haar in een gedicht dat hij dezelfde titel
geeft als het schilderij: ‘Vrouwenportret’, als om de equivalentie te
benadrukken. Maar al lijken Vestdijks woorden voornamelijk beschrijvend van
aard, ze zijn ten slotte toch, in hun geraffineerde en weloverwogen keuze,
interpretatief van aard. Het vrouwenportret wordt niet alleen beschreven, ook
van een visie erop voorzien.
Het gedicht
volgt het schilderij van boven naar beneden en beschrijft eerst het
bovengedeelte, het hoofd, licht tegen een donkere achtergrond, daalt dan af naar
het donkere middengedeelte van het lichaam en belandt uiteindelijk bij de schoot
waarin oplichtend de handen rusten met tussen twee vingers een stralend
kruisbeeld. Vestdijk stelt het dan in de slotfase van zijn gedicht, na het
liggende streepje, zo voor dat het lijkt alsof in de schoot van de vrouw haar
gelaat zich in gebroken vorm herhaalt. Deze indruk is een puur visuele, gegrond
op de aanblik van de compositie van het schilderij. Op deze schilderkunstige
verdeling van licht en donker heeft Vestdijk zijn visie op het vrouwenportret
gebaseerd; het gaf hem de gelegenheid om een tweedeling in het portret te
ontwaren, een wending of volta om het in termen van dichtkunst te zeggen (al
betreft het hier strikt genomen geen sonnet). Met nadruk beschrijft hij die
tegenstelling: ‘blond gelaat’ / ‘gebarsten achtergrond’; ‘blonde stukken’ /
‘fluweelen schoot’. De rollen van boven zijn beneden omgekeerd, schijn verkeert
in wezen. De indruk die de vrouw boven aan het paneel maakt wordt teniet gedaan
door de onderzijde. Het is als met de beuk en de berk uit zijn Fabels met
kleurkrijt, die zo dicht bij elkaar opgroeien dat ze wel één boom lijken, boven
de grond, maar wie dieper kijkt, onder de aarde, ziet hoe hun wortels elkaar
verdringen in de vraag om water.
Vestdijks ‘Vrouwenportret’ kan op
verschillende manieren gelezen worden: als een beschrijving van Maarten van
Heemskercks Vrouwenportret, als een interpretatie van de psychologie van de
afgebeelde vrouw op basis van de compositie, als een meer algemeen filosofische
constatering dat er tegenstellingen bestaan als die tussen boven en beneden,
schijn en wezen; en ook als een gedicht dat naar de vorm een representatie wil
zijn van Van Heemskercks Vrouwenportret.
‘Vrouwenportret’ is nog een
betrekkelijk eenvoudig beeldgedicht. De vrouw is onbekend, zij heeft geen
context, alleen dat kruisbeeld in haar hand, en Vestdijk had dus weinig of geen
gegevens voor een geschiedenis, als had hij die natuurlijk best kunnen
verzinnen.`
|
|
|
| Maerten van Heemskerck |
| home | tekenlog | schilderijen | ruimtelijk werk | grafiek | reprocitaat | kunst kolom | video/ audio | fotografie | tekeningen |
| contact |