Vincent van Gogh
Eddy van Vliet
Mijn vader droeg je baard. Voor
hem was je
de enige kunstenaar.
Tot mijn dertiende jaar
plantten wij samen onze schildersezels in het
veld.
Ik zag enkel het zwart der kraaien.
Hij wreef geel
in het hart van de denkbeeldige zaaier.
Zelfs in de
regen liepen wij door de Kempen
als door de Provence.
Boven de tuinkabouters
hingen bleekgroene hemels. De tongen de cypressen
likten in inktblauwe nachten naar de sterren.
Voor mijn zoon, die Vincent
heette en nooit
geboren werd, zocht ik onder de boerenmeisjes een moeder.
Vanop hun erf giechelden zij om mijn strohoed
en mijn handen die stonken
naar verf.
Niet door hen werd mij het ogenblik van het oneindige
gegeven, maar door haar die mij je brieven schonk
en eraan toevoegde dat
angst niet langer bestond
en liefde jouw kleuren had.
Zo kruiste
je driemaal mijn leven samen met mensen
die niet bleven of toebehoorden
aan het verbeelde.
|
|
|
|
| Vincent van Gogh 'Auvers' | |
Hier kunt u terug naar de overzichtspagina van de bundel 'Ommuurd veld'
| home | tekenlog | schilderijen | ruimtelijk werk | grafiek | reprocitaat | kunst kolom | video/ audio | fotografie | tekeningen |
| contact |